Over dit artikel

Op 2 juni jl. schreven Minister De Jonge en Minister Ollongren van VWS een brief aan de Tweede Kamer. Hierin informeren ze de kamer over de ouderenzorg. Opvallend hierin zijn de afspraken die zijn gemaakt zijn in het bestuurlijk overleg tussen Aedes, ActiZ, VNG, Taskforce Wonen en Zorg, ZN en de ministeries van BZK en VWS. Zij slaan de handen ineen om zich de komende jaren gezamenlijk sterk te maken voor het bouwen en wonen voor ouderen. Een enorme mijlpaal, en hard nodig als je het mij vraagt!

De algehele landelijke demografische ontwikkelingen voorspellen dat het aantal ouderen de komende jaren zal verdubbelen en dus ook de zorgvraag aanzienlijk toe zal nemen. Het aantal mensen met dementie zal met maar liefst 86% toenemen. En dat terwijl we nu al een toenemende krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Leunen op mantelzorgers is ook een utopie. Het aantal potentiële mantelzorgers per zorgbehoevende persoon daalt de komende jaren van 14 naar 6. In 2040 wonen 472.00 mensen in een ongeschikte woning die niet aanpasbaar is. Dat is een toename van 38%. Gelukkig is er voor 54% van onze inwoners nog wel een oplossing in de eigen woning te realiseren, maar dat vergt aanzienlijke investeringen. (*bron: Taskforce Wonen en Zorg)

Deze ontwikkelingen vragen vanzelfsprekend ook om een toename van het aantal verpleeghuisplaatsen in Nederland. We hebben straks 89% meer verpleeghuisplaatsen nodig dan we nu hebben. Dit zijn immense aantallen.

Politieke agenda

Met het vastleggen van de bestuurlijke afspraken bundelen de belangrijkste stakeholders hun krachten en stellen ze hoge ambities voor het realiseren van deze broodnodige woningen en verpleeghuisplaatsen voor ouderen.

In deze bestuurlijke afspraken is de doelstelling opgenomen om in de komende vijf jaar 60.000 extra woningen voor ouderen en 25.000 extra verpleegzorgplekken te creëren. Tot 2031 komen hier nog eens 100.000 extra woningen en 25.000 verpleegzorgplekken bij. (*bron: afspraken bestuurlijk overleg d.d. 8 april 2021)

Daarnaast hebben deze partijen nog een andere belangrijke mijlpaal geslagen: niet alleen moeten alle gemeenten in 2021 een woonzorgvisie hebben waarbij een koppeling is gemaakt tussen het ruimtelijk en het sociaal domein van het ambtelijk apparaat, aan het eind van het jaar moeten deze ook vertaald zijn in concrete prestatieafspraken.

Alleen ga je sneller, samen kom je verder

De gemiddelde verblijfsduur in het verpleeghuis loopt inmiddels in een rap tempo af naar niet meer dan 6 tot 9 maanden. Er gaat een heel mensenleven aan vooraf, voordat je in het verpleeghuis terecht komt. En zelfs dat moment willen we zo lang mogelijk uitstellen. Deze hele levensloop zal je ‘thuis’ moeten oplossen. Wat dat ‘thuis’ dan ook is. Je hebt een koopwoning, of je huurt. En in veel gevallen bij een corporatie. Helder zou je denken, maar de praktijk is weerbarstiger. Want ouder worden gaat geleidelijk. En een zorgvraag die je daarbij ontwikkelt ook. En is dat niet het geval, dan is een urgente opname vaak een nog grotere uitdaging. Want wat als je nooit meer thuis kúnt wonen…?

Tijd voor ook deze partijen om op lokaal niveau de handen ineen te slaan!

Daarmee begeven we ons in een grijs gebied, waarin gemeenten, corporaties en zorgaanbieders allemaal een aandeel kennen. Met een groot gemeenschappelijk doel voor ogen, maar individuele belangen die grote discrepanties kennen. Tijd voor ook deze partijen om op lokaal niveau de handen ineen te slaan! Samen zullen we het gapende gat tussen thuis en verpleeghuis moeten opvangen.

Met alleen stenen stapelen komen we er niet

Hiermee ontstaat een verschuiving naar het gehele werkveld van wonen, zorg en welzijn. Een die ik zelf liever vertaal als leven, vitaliteit en zinvol bestaan. Ketenpartners hebben elkaar meer dan ooit hard nodig! Het gaat tenslotte ook over leefbaarheid in wijken, iets waar corporaties al jaren mee te maken hebben. De contradictie is dat het niet langer gaat over het schéiden van wonen en zorg, maar het verbinden ervan.

Het gaat niet meer over het schéiden van wonen en zorg, maar het verbinden ervan.

In de praktijk merk ik dat veel zorgaanbieders nog van binnen naar buiten denken. Dus vanuit de intramurale setting, en dus in eigen vastgoedoplossingen die – weliswaar in veel gevallen met veel moeite – met uitsluitend eigen financiering te realiseren is. De grootste uitdaging die zorgorganisaties dus te wachten staat, is het organiseren van zorg- en hulpvragen buiten de eigen muren. Letterlijk en figuurlijk. Die ‘muren’ zijn slechts een middel om het sociale vangnet te dragen. Als dit kan worden ingezet ten behoeve van preventie en signalering in de eigen leefomgeving, kan vroegtijdig worden ingegrepen als zorg- en hulpvragen toenemen. Een ontlasting van de mantelzorger én dus van de zorgprofessionals, die beide al zo ontzettend schaars zijn.

En dan is voor mij de cirkel rond.

Deel deze blog

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!