Over dit artikel

Eind november 2021 zijn de nieuwe maximale bezoldigingsbedragen voor topfunctionarissen in de zorg bekendgemaakt in de Staatscourant. In de zorg geldt een categoriale klasse-indeling I t/m IV die op basis van een puntentelling en jaarlijkse vaststelling van de Raad van Toezicht geldend is.

De puntentoekenning wordt op basis van een aantal criteria vastgesteld:

  1. Kennisintensiteit
  2. Aantal taken
  3. Aantal relevante financieringsbronnen
  4. Omvang omzet

Voor de voorzitter Raad van Toezicht geldt een maximum van 15% van het bezoldigde bedrag. Voor overige leden van de Raad van Toezicht ligt dit maximum op 10%.

Laatste jaar overgangsrecht

Bestuurders die bezoldigingsafspraken hadden gemaakt vóór 2013 en waarvan de afspraken nog boven de WNT-2 norm lagen, kunnen volgens het overgangsschema WNT-2 in 2022 nog voor het laatste jaar gebruik maken van het overgangsrecht. Vanaf 1-1-2023 dient de bezoldiging van elke bestuurder binnen de zorgsector te vallen binnen de categoriale sectornormen van de WNT-2.

Tarieven en bezoldiging bestuurders ad-interim

Voor de bezoldiging van bestuurders zonder dienstbetrekking is de hoogte van de maximale bezoldiging gekoppeld aan de duur van de opdracht. De normbedragen moeten niet gelezen worden als maximale bezoldigingsbedragen per maand, maar als maximale bezoldiging voor de totale duur van de opdracht. Bij iemand die bijvoorbeeld aangesteld wordt voor 12 maanden, geldt een maximale bezoldiging van 6 x € 28.600 + 6 x € 21.700 = € 301.800. De maandelijkse bezoldiging mag dan wel maximaal € 25.150,- bedragen, ondanks het feit dat dit de norm overschrijdt, gedurende het 2e halfjaar.  Wel dient altijd rekening te worden gehouden met het aantal gewerkte uren x het maximale uurtarief. In jaar 2 van de bezoldiging bestuurders ad-interim geldt de reguliere bezoldigingsnorm.

Btw en bezoldiging

Op 6 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Financiën een besluit gepubliceerd over de btw-positie voor leden van de Raad van Toezicht. Aanleiding hiervoor was de uitspraak in een zaak van 13 juni 2019 van het Europese Hof van Justitie en een recenter arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2020.

In dit besluit stelt de staatssecretaris van Financiën zich op het standpunt dat een lid van de Raad van Toezicht bij stichtingen en verenigingen handelt in gezamenlijk belang en dat er geen sprake is van zelfstandigheid bij de uitoefening van de werkzaamheden. Er is derhalve geen sprake van ondernemerschap waardoor btw-heffing achterwege kan blijven. Het besluit heeft ook gevolgen voor  leden van de Raad van Toezicht die factureren vanuit de eigen BV. Het vervullen van een toezichthoudende functie als Raad van Toezicht wordt niet langer gezien als een belaste prestatie. In de statuten van de organisatie staat echter ook vaak dat de leden van de Raad van Toezicht worden aangesteld als “natuurlijk persoon” en derhalve de facturatie vanuit die betekenis ook niet meer hoeft plaats te vinden.

Het besluit werkt terug tot en met de uitspraak van het Europese Hof van 13 juni 2019. De staatssecretaris heeft hierbij een tweedeling gemaakt om de reeds in rekening gebrachte btw te corrigeren:

  • Van 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 hoeven toezichthouders de btw die in rekening is gebracht niet per definitie te corrigeren, maar is dit wel toegestaan. Vaak zijn echter de boekjaren 2019 en 2020 al financieel afgewikkeld en geeft het een administratieve last om dit nog aan te passen. Voor het boekjaar 2021 kan de btw over de periode tot en met 6 mei nog wel worden gecorrigeerd. Indien de toezichthouder hiervoor kiest kan hij/zij deze nog verrekenen in de reguliere aangifte van het 4de kwartaal 2021. De in rekening gebrachte btw dient bij correctie door de toezichthouder aan de zorginstelling te worden terugbetaald middels een creditfactuur.
  • Vanaf 7 mei 2021 is het niet langer toegestaan om te factureren met btw en moet dit verplicht worden gecorrigeerd door de toezichthouder aan de hand van het versturen van een creditfactuur. Indien correctie niet plaatsvindt, zal het btw-bedrag door de belastingdienst gezien worden als bezoldiging en kan dit consequenties hebben op het moment dat de topfunctionaris/ toezichthouder reeds aan het maximum van de WNT-klasse zit.

IB47-formulier (2022:Renseigneringsverplichting)/Opting-in

Als gevolg van de publicatie van het besluit en het ontbreken van ondernemerschap dienen zorginstellingen de bezoldigde bedragen die zonder loonheffing zijn uitbetaald weer apart, digitaal op te geven bij de belastingdienst via een IB-47 formulier (vanaf 2022: Renseingeringsverplichting). De zorgaanbieder geeft de bezoldiging op via het gegevensportaal van de Belastingdienst en dient vóór 1 februari 2022 plaats te vinden. De zorgaanbieder dient een account te hebben om in te loggen op het gegevensportaal. Indien deze nog niet aanwezig is, dient rekening te worden gehouden met enige verwerkingstijd.

Een andere optie is om de bezoldigde bedragen van de Raad van Toezichtleden weer op te nemen in de salarisadministratie. Een opgave via het IB47 formulier kan dan achterwege worden gelaten. Wel dient expliciet toestemming te zijn ontvangen van de belastinginspecteur om de “opting-in” mogelijkheid toe te passen.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Folkert-Jan Slagter