Het is inmiddels anderhalf jaar geleden dat de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking is getreden. Samen met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) heeft de Wzd sinds 1 januari 2020 de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) vervangen.

Onze blik viel op de brief die Minister Van Ark, Medische Zorg en Sport, aan de Nederlandse Zorgautoriteit schreef. Deze ging over het Kostenonderzoek Wzd en wat de invoering hiervan voor financiële effecten heeft gehad op zorgorganisaties. Dat triggerde bij ons de vraag: wat heeft de Wzd, maar ook de Wvggz voor invloed gehad op uw organisatie en in het bijzonder, uw vastgoed?

Wzd en Wvggz

  • De Wet zorg en dwang (Wzd) regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie).
  • De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg vanwege een psychische aandoening.

Het doel van deze wetten is om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen. Als verplichte zorg echt noodzakelijk is, moeten de minst ingrijpende vorm worden ingezet en de dwang zo snel mogelijk worden afgebouwd. Cliënten behouden zo veel mogelijk eigen regie over hun leven. Vrij waar het kan, zorg waar het moet.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft de volgende definitie aan onvrijwillige zorg: “zorg waarmee de cliënt of zijn vertegenwoordiger niet instemt en zorg waarmee de vertegenwoordiger heeft ingestemd maar waartegen de cliënt zich verzet”.

Kostenonderzoek Wzd

Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de NZa onderzoek gedaan naar de impact van de invoering van de Wzd op de bekostiging. Er is geen kostenonderzoek uitgevoerd naar de Wvggz. Het onderzoek richt zich op de kosten van de in- en uitvoering van de Wzd binnen de Zvw en de Wlz in vergelijking met de Wet Bopz. De Nza heeft onder andere op basis van data van 32 zorgaanbieders berekend wat de gemiddelde personeelskosten per cliënt zijn om de Wzd uit te voeren en deze vergeleken met de kosten van de personeelsinzet ten tijde van de Wet Bopz.

Uit de resultaten blijkt dat de structurele meerkosten € 111 miljoen per jaar bedragen. Deze kosten bestaan uit personele inzet van € 104,4 miljoen en structurele ICT- en opleidingskosten van € 6,6 miljoen. Ook zijn er naast structurele incidentele kosten ICT- en opleidingskosten van € 16,6 miljoen per jaar. Er is in het onderzoek een groot verschil te zien tussen de meerkosten binnen de V&V en GHZ. De personele meerkosten V&V zijn € 8,4 miljoen om € 91 miljoen GHZ. Een mogelijke oorzaak hiervan is een te lage inschatting van de Wzd-kosten en een te hoge inschatting van de Wet Bopz kosten voor de VV-sector.

Aanbevelingen Nza

De Nza heeft geen onderzoek gedaan naar de incidentele en structurele kosten voor de in- en uitvoering van de Wzd in de wijkverpleging Zvw. Er wordt geadviseerd naar aanleiding hiervan een nader onderzoek uit te laten voeren naar de effecten van de in- en uitvoering van de Wzd voor de wijkverpleging (Zvw). Verder vraagt de Nza om besluitvorming over de geraamde macro-meerkosten voor de Wlz om de resultaten te kunnen vertalen naar bekostiging waarbij wordt gedacht aan het ophogen van de maximumtarieven zzp, vpt en mpt.

Verhoging tarieven GHZ

Minister van Ark stelt, als reactie op het onderzoek, dat extra gelden voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg met ingang van 2022 volledig zijn verwerkt in de integrale tarieven voor de verpleeghuizen. Het kwaliteitskader kent grote overlap met de doelen van de Wzd, waardoor de minister concludeert dat de structurele impact van de Wzd vanuit het integrale tarief wordt opgevangen. De incidentele meerkosten 2022 voor verpleeghuizen, samenhangend met ICT, verzoekt de minister wel mee te nemen in de bekostiging.

Gezien de meerkosten binnen de GHZ vele malen groter zijn, stelt de minister vanaf 2023 een bedrag van € 102,6 miljoen structureel beschikbaar via de contracteerruimte Wlz, zodat op grond van het kostenonderzoek de tarieven voor de GHZ verhoogd kunnen worden in verband met de Wzd. Dit bedrag sluit aan bij de genoemde structurele meerkosten van macro € 111 miljoen minus het bedrag van € 8,4 miljoen dat de verpleeghuizen kunnen opvangen binnen de extra middelen voor het kwaliteitskader. In het overgangsjaar 2022 stelt de minister ook € 102,6 beschikbaar via de contracteerruimte Wlz GHZ.

Wzd/Wvggz en de invloed op uw vastgoed

Het kostenonderzoek is vooral – logischerwijs – gericht op (personele) kosten. AAG komt deze wet ook tegen bij het opstellen van strategische vastgoedplannen of haalbaarheidsonderzoeken.  Wij merken dat organisaties verschillend tegen deze wet aankijken en de mogelijke gevolgen voor het vastgoed hierdoor ook verschillen. Hier willen we graag meer inzicht in krijgen.

Enquête

AAG heeft een korte enquête opgesteld, waarin wij graag van u willen weten welke invloed de Wzd of Wvggz heeft/had op uw vastgoed en tegen welke uitdagingen u bent aangelopen. Kunt u ons helpen door deze in te vullen? Klik op onderstaande button om naar de enquête te gaan.

Enquête invullen

Heeft u vragen over de enquête? Neem dan contact op met Florine Meijering of Laura Vierveijzer.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!