Over dit artikel

Het voorstel om de koppeling tussen de ingang van de AOW- en pensioenrichtleeftijd en de levensverwachting te wijzigen is gepland voor 2021. Inwerkingtreding per 1 januari 2021 is gewenst, voor een correcte en tijdige vaststelling van de AOW-leeftijd voor de jaren 2025 en 2026.

Een onderdeel van het Pensioenakkoord is om de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting te versoepelen en te wijzigen van een jaar naar acht maanden per jaar dat we gemiddeld langer leven. Met dit wetsvoorstel stelt het kabinet voor om de 1-op-1-koppeling van de AOW-leeftijd aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting te vervangen door een 2/3-koppeling. Dit betekent dat elk jaar levenswinst zich vertaalt in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen. Dit geldt voor iedereen die AOW-gerechtigd is, en dus óók voor mensen die zwaar werk verrichten.

Duurzame inzetbaarheid

Daarnaast zijn in het Pensioenakkoord afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Deze moeten zorgen dat alle werkenden gezond werkend hun pensioen kunnen bereiken. Kunnen werknemers vanwege de zwaarte van het werk niet doorwerken, dan wil men een uitkering aanbieden waarmee ze eerder kunnen uittreden.

Het kabinet introduceert voor de periode 2021 tot en met 2025 dan ook een tijdelijke fiscale drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU). De uitkeringen uit deze regelingen zijn vrijgesteld van pseudo-eindheffing (RVU-heffing), voor zover ze niet uitkomen boven de drempelvrijstelling, die gebaseerd is op de netto-AOW, en niet meer dan drie jaar voor AOW-leeftijd worden uitgekeerd.

De AOW-leeftijd is pas vijf jaar van tevoren bekend. Aangezien het wetsvoorstel pas gevolgen heeft voor de AOW-leeftijd in 2025 en verder, weten mensen die in dat jaar met pensioen mogen, dit pas vier jaar van te voren. Mensen die in de jaren daarna met pensioen mogen, zijn vijf jaar van tevoren op de hoogte van welke AOW-leeftijd op hen van toepassing is.

De aankondigingstermijn van vijf jaar heeft als doel dat burgers voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op een eventuele verhoging van de AOW-leeftijd. Deze aankondigingstermijn van vijf jaar staat nu ook al in de wet en is niet gewijzigd.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Monique Straver