Over dit artikel

Het is alweer bijna juli, dus HR (en iedere medewerker) mag zich bezig houden met de vervaltermijn van het wettelijk verlof! In dit artikel praten we u bij over hoe het ook weer zat, nemen we u mee in de opties van het nuttigen van verlof en leggen we wat uit over verlof en corona.

Opbouw

Iedereen die in loondienst werkt, heeft vanaf de eerste werkdag recht op vakantiedagen. Dit is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Deze vakantiedagen zijn uit te splitsen in twee soorten:

  • wettelijke vakantiedagen;
  • bovenwettelijke vakantiedagen.

U kunt het aantal vakantiedagen, waar op jaarbasis recht op is, berekenen door de arbeidsduur per week te vermenigvuldigen met vier.

Voorbeeld: werkt een werknemer het hele jaar 25 uur per week, dan heeft deze medewerker recht op 25*4 = 100 vakantieuren per jaar.

In de cao, het arbeidsvoorwaardenreglement of in de arbeidsovereenkomst kunnen afspraken worden gemaakt over extra vakantieuren of -dagen. Deze uren noemen we bovenwettelijke vakantiedagen.

Opbouw bij (onbetaald) verlof

Bij onbetaald verlof wordt over die periode geen salaris betaald én er worden ook geen vakantierechten opgebouwd. In geval van langdurig zorgverlof en aanvullend geboorteverlof (ingegaan op 1 juli 2020) worden echter wél vakantierechten opgebouwd.

Opbouw verlofdagen bij ziekte

Bij ziekte loopt de opbouw van wettelijke vakantieuren gewoon door. Over de opbouw van bovenwettelijke vakantieuren kunnen echter andere afspraken gelden. De regels hierover zijn terug te vinden in de cao, het arbeidsvoorwaardenreglement of in de arbeidsovereenkomst. Wordt een werknemer ziek terwijl hij/zij op vakantie is? Dan worden die vakantiedagen omgezet naar ziektedagen, mits dit tijdig wordt gemeld bij de werkgever.

Opbouw verlofdagen bij slapend dienstverband

Een slapend dienstverband wil zeggen dat de arbeidsovereenkomst in stand wordt gehouden, ook nadat de werknemer langer dan 2 jaar ziek is. Omdat de arbeidsovereenkomst niet opgezegd wordt, hoeft er ook geen transitievergoeding te worden betaald én de werkgever heeft geen loondoorbetalingsverplichting meer.

Vakantierechten worden opgebouwd over de over de periode waarin recht op loon is. Na de 104-weken termijn is geen loondoorbetalingsverplichting van toepassing, dus worden er ook geen vakantierechten meer opgebouwd. De werknemer moet er op gewezen worden dat hij/zij tijdig het openstaande saldo vakantierechten opneemt of laat uitbetalen.

Opties voor het nuttigen van verlof

Over wat werknemers allemaal kunnen doen met verlof zijn veel regels opgesteld. Wij nemen u mee in de opties.

Opnemen, uitbetalen of sparen

Opnemen

Werknemers kunnen natuurlijk gewoon verlof opnemen voor vakantie of een vrij dag. Niets meer, niets minder. Werknemers moeten dit natuurlijk wel even afstemmen met hun leidinggevende of collega’s.

Uitbetalen

U mag wettelijk verlof niet uitbetalen (tenzij het de eindafrekening bij uitdiensttreding betreft). Het bovenwettelijk verlof mag wel uitbetaald worden. Houd er rekening mee dat er bij een eenmalige uitkering (zoals wanneer een X aantal bovenwettelijke vakantieuren wordt uitgekeerd) een bijzonder belastingtarief over het bedrag wordt geheven. Het is dus aantrekkelijker (voor de portemonnee van de werknemer) om het verlof gewoon als vakantie op te nemen.

Let op: als het bovenwettelijk verlof niet geheel is genoten voordat het verlof verjaart, dat dit dus worden uitbetaald. Over verjaren vertellen we verderop meer.

Sparen

Werknemers mochten al tot 50 weken bovenwettelijk verlof (en overwerk) sparen. U kunt op die manier het opnemen van verlof laten aansluiten op de specifieke situatie van de medewerker. Misschien wil iemand wel een sabbatical, eerder stoppen met werken, of tijdelijk minder werken in verband met een opleiding.

In het nieuwe pensioenakkoord is de optie voor verlofsparen verruimd naar 100 weken. Dit is (met terugwerkende kracht) ingegaan per 1 januari 2021. De werkgever dient hiervoor een regeling te hebben opgesteld, waar werknemers gebruik van kunnen maken.

Let op:

  • Spaart een werknemer meer dan 100 weken verlof? Dan moet er loonheffing worden afgedragen.
  • De hoogte van het gespaarde verlof kan een probleem vormen wanneer de werknemer minder gaat werken. In dat geval moet het saldo ontspaard worden, door verlof op te nemen of uit te laten betalen.

Vervallen en verjaren

Vakantiedagen zijn niet eeuwig houdbaar. Voor de wettelijke vakantiedagen geldt een vervaltermijn van een half jaar ná het kalenderjaar van opbouw. Heeft de medewerker de wettelijke vakantiedagen van 2020 op 1 juli 2021 nog niet allemaal genoten? Dan vervallen deze. De werkgever moet de werknemer wel tijdig informeren over de wettelijke vervaltermijn. Het beste is om dit bijvoorbeeld per e-mail te doen en de werknemer te laten reageren. Zo is het duidelijk dat de werknemer op de hoogte was.

Over het opnemen van bovenwettelijke vakantiedagen kunnen medewerkers wat langer doen. Bovenwettelijke vakantiedagen kennen een verjaartermijn van 5 jaar ná het kalenderjaar van opbouw. Heeft de medewerker nog bovenwettelijke dagen over van 2016? Dan verjaren deze in 2022. Het kan zijn dat er in de cao andere afspraken zijn gemaakt omtrent vervallen of verjaren. In dat geval prevaleren die afspraken.

Let op: het saldo van vervallen of verjaard verlof mag niet zo maar weggenomen worden. U moet de werknemer altijd tijdig informeren.

Vervallen en verjaren is niet hetzelfde!

De vervaltermijn is een “harde” termijn. Dit wil zeggen dat de wettelijke vakantiedagen gewoon vervallen als deze niet zijn genoten. Let op: als een werknemer door ziekte geen vakantie heeft kunnen opnemen, dan veranderen de wettelijke vakantiedagen in bovenwettelijke vakantiedagen.

De verjaringstermijn is wat soepeler. U kunt de verjaringstermijn verlengen door een schriftelijke verklaring. Hierin neemt u op dat de werknemer en werkgever overeenkomen dat de werknemer het recht om de bovenwettelijke uren op te nemen wil behouden. Vanaf het moment van deze verklaring start een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar.

Verlof & corona

Het kan zijn dat het bedrijf tijdelijk gesloten is of was tijdens de coronacrisis, waardoor werknemers niet hebben kunnen werken. Dit heeft géén gevolgen voor de opbouw van de vakantierechten.

Te weinig werk is immers de verantwoordelijkheid van de werkgever. Indien hier in de arbeidsovereenkomst of de cao afspraken over zijn gemaakt, dan kan het zo zijn dat medewerkers min-uren opbouwen. Zij moeten deze uren dan later inhalen als dat redelijk is.

De werkgever mag vragen om vakantiedagen op te nemen. Een werknemer kan echter niet verplicht worden dit te doen. De werkgever kan wel in overleg de vervaltermijn van de vakantieuren verlengen (dit moet schriftelijk) of het aantrekkelijk maken voor de werknemer om vakantie te nemen (bijvoorbeeld door minder werk te geven en daarmee de werknemer de ruimte te geven verlof op te nemen).

Indien een werkgever omzetverlies lijdt, is het voor de werkgever mogelijk om een beroep te doen op de NOW. Het is goed om hier samen over in gesprek te gaan, om tot een goede oplossing te komen. Let op: als werknemers later de min-uren inhalen, dan heeft dit effect op de verkregen NOW.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!