Over dit artikel

Donderdag 1 april organiseerde AAG een webinar over de veranderingen in de Wlz-vervoer per 2021. In dit artikel lichten we de beleidsregels voor het vervoer binnen de verschillende sectoren toe en behandelen we enkele aandachtspunten rondom het vervoer. Tot slot gaan we in op de meest gestelde vragen tijdens het webinar.

De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg (GHZ), geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en verpleging & verzorging (V&V) zijn per 2021 veranderd. Voor de GHZ waren deze vanaf 2019 al gebaseerd op een aantal cliënt- en vervoerskenmerken. Daar zijn per 2021 nog een aantal kenmerken aan toegevoegd. Voor de GGZ en V&V is deze manier van declareren voor het vervoer nieuw. Afhankelijk van de cliënt- en vervoerskenmerken valt het vervoer van een cliënt in één van de categorieën C0 tot en met C6.

Vervoer gehandicaptenzorg en GGZ

Op basis van onderstaande matrix kan voor cliënten in de gehandicaptenzorg en GGZ worden bepaald in welke categorie het vervoer van de cliënt valt. Dit wordt bepaald aan de hand van een aantal cliënt- en vervoerskenmerken in combinatie met de afstand tussen de verblijfsplaats van de cliënt en de plek waar de cliënt dagbesteding ontvangt.

De onderste twee regels van de matrix zijn per 2021 zijn hier aan toegevoegd. Vanaf 2021 is het dus mogelijk om een vergoeding bij het zorgkantoor te declareren, indien gebruik gemaakt wordt van een eigen busje of auto van de instelling, indien de ouders of vrijwilligers een cliënt brengen óf indien een cliënt gebruik maakt van overige vervoersmiddelen (zoals OV of fiets).

Goed om hierbij te vermelden is dat de NZa aangeeft dat het gaat om een vergoeding van het vervoer met een vervoersmiddel naar dagbesteding, voor zover hier vervoerskosten aan verbonden zijn. Indien hier dus voor u als zorgaanbieder geen vervoerskosten aan verbonden zijn, mag u de vervoersprestatie niet declareren. Het biedt u als zorgaanbieder dus wel de mogelijkheid om bijvoorbeeld ouders die kinderen komen brengen een vergoeding uit te keren.

Maatwerk

De beleidsregel geeft ook ruimte voor maatwerkoplossingen. Wanneer er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en het zorgkantoor in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in bovenstaande tabel staat weergegeven. Een zorgaanbieder kan, in overleg met het zorgkantoor, cliënten in een andere categorie plaatsen. Hierdoor sluit de vergoeding van het vervoer voor ‘extreme’ situaties beter aan bij de betreffende situatie. Een afwijking die u met het zorgkantoor bent overeengekomen, dient u nog wel vast te leggen.

Vermindering van de administratieve lasten

Zorgaanbieders kunnen veel administratieve lasten ervaren bij wisselende vervoersafstanden of wisselend gebruik van verschillende vervoersmiddelen. Om u hierin tegemoet te komen kunt u kiezen voor een werkwijze die mogelijk de administratieve lasten voor u vermindert:

  • In het geval van wisselende afstanden kiest u de afstand die de cliënt het vaakst aflegt of pak de gemiddelde afstand tussen de verblijfsplaats en de verschillende dagbestedingslocaties als uitgangspunt.
  • In het geval van wisselende vervoersmiddelen kiest u de wijze van vervoer zoals de cliënt het vaakst reist als uitgangspunt.

Indien u gebruikt maakt van een van bovenstaande werkwijzen, dient u dit vast te leggen.

Vervoer V&V

Binnen de V&V is aansluiting gezocht met de vervoersindeling in de GHZ. Daarnaast bleken de tarieven voor het vervoer niet altijd toereikend. Dit was voornamelijk het geval bij cliënten met NAH of vroege dementie die gespecialiseerde dagbesteding op grotere afstanden ontvangen.

Binnen de V&V wordt gebruik gemaakt van C0 en C1, met uitzondering van cliënten met NAH of vroege dementie die gespecialiseerde dagbesteding op langere afstand ontvangen. C0 kan worden gebruikt voor het niet-gecontracteerde vervoer, bijvoorbeeld vrijwilligers of mantelzorgers die cliënten brengen. C1 wordt gebruikt voor het gecontracteerde vervoer. Dit laatste houdt in dat er een contract is afgesloten met een professionele vervoerder. Voor cliënten met NAH of vroege dementie die gespecialiseerde dagbesteding op langere afstand ontvangen kan gebruik worden gemaakt van de categorieën C0 tot en met C6.

Aandachtspunten

  • Zorg dat u duidelijk hebt wat de vervoerssituatie van de cliënt is in zorg en bij mutaties. Dit kunt u op verschillende manieren doen. Tijdens het webinar hoorden we van verschillende organisaties dat de bepaling van de vervoerscategorie bij de teams is belegd. Kanttekening hierbij is dat het voor de teams steeds lastiger wordt om dit goed vast te stellen, omdat de vervoersmatrix steeds complexer wordt.
    Ook hoorden we dat dit via mutatieformulieren wordt uitgevraagd. Zorg in dat geval ervoor dat u voldoende specifiek uitvraagt wat de vervoerssituatie van de cliënt is, zodat u alle gegevens hebt om aan de hand van de matrix te bepalen in welke categorie de cliënt valt. Denk bijvoorbeeld aan uitvraag of de cliënt wordt gebracht door ouders of met de fiets komt.
  • Indien u vergoeding aan ouders, cliënt of vrijwilliger wilt uitbetalen, denk dan goed na over de manier waarop u dit administratief inricht binnen uw organisatie. Er zijn tijdens het webinar verschillende manieren hiervoor benoemd:
    • U kunt ervoor kiezen om de vergoeding door de ouders, cliënt of vrijwilliger bij uw organisatie te laten declareren. Indien u deze werkwijze hanteert, kunt u vervolgens nog ervoor kiezen om de declaratie van het vervoer op basis van aanwezigheid te declareren of op basis van de ontvangen declaratie van ouders, cliënt of vrijwilliger.
    • U kunt ervoor kiezen om de vergoeding op basis van aanwezigheid te declareren bij het zorgkantoor en op basis daarvan uit te keren aan ouders, cliënt of vrijwilliger. Ouders, cliënt of vrijwilliger hoeven dan geen declaratieformulier in te vullen om een vergoeding te ontvangen.
    • U kunt ervoor kiezen om het vervoer op basis van aanwezigheid te declareren. Het is hierbij mogelijk om deze vergoeding niet direct aan de ouders, cliënt of vrijwilliger uit te keren, maar dit een andere manier in te vullen, wat ten goede komt van het vervoer. Denk bijvoorbeeld aan het opladen van een OV-kaart op kosten van uw organisatie.

Denk in alle gevallen goed na over de controlemogelijkheden.

 

Via onderstaande button kunt u de slides van het webinar downloaden en de gepresenteerde informatie rustig doornemen.

FAQ

De tijdens het webinar gestelde vragen hebben we opgenomen in een FAQ.  Deze kunt u downloaden via onderstaande button.

Download de FAQ

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!