Over dit artikel

In de laatste VCR-notitie en in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst is de afhandeling van VCR bij stagiairs anders beschreven dan in de voorgaande VCR-notities. Wanneer er bij een stagiair sprake is van een fictieve dienstbetrekking, dan is de stagiair alleen verzekerd voor de Ziektewet. In de oude situatie ontstond een inhaaleffect, zodra er in hetzelfde kalenderjaar een ander dienstverband werd opgevoerd waarbij er sprake was van een premieplicht voor de werknemersverzekeringen.

In de nieuwe situatie ontstaat alleen een inhaaleffect wanneer de stage is beëindigd. Zolang de stage en het dienstverband beide actief zijn, wordt het SV-loon van de stage dus niet in de premieberekening betrokken.

Voorbeeld nieuwe situatie:

Een stagiair start per 1-1-2021 met haar stage. Zij ontvangt hiervoor maandelijks een stagevergoeding van € 400 bruto. Deze vergoeding wordt aangemerkt als SV-loon maar wordt niet meegenomen in de grondslagen voor de werknemersverzekeringen.

Per 1-3-2021 krijgt de stagiaire een dienstverband aangeboden naast haar stage. Op dit dienstverband wordt € 1000 loon uitbetaald, dit is geheel SV-loon. Er vindt géén inhaaleffect plaats want haar stage loopt nog steeds door. Per 30-4-2021 wordt haar stage beëindigd. Hierdoor ontstaat er een inhaaleffect in de maand mei.

In de maand mei is het SV-loon € 1.000. De grondslag voor de werknemersverzekeringen bedraagt deze maand € 1.000 + 4 x € 400 (stage contract) = € 2.600.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Monique Straver