Over dit artikel

Naast alle uitdagingen en verdrietige momenten die de ouderenzorg door corona te verduren heeft gekregen, zijn er ook nieuwe inzichten opgedaan. Een hiervan lijkt achteraf heel logisch, maar toch zien we in Nederland nu pas echt een beweging ontstaan. Dan gaat het om het inzicht dat de centrale organisatie van welzijnsactiviteiten en uitjes voor het grootste deel van de doelgroep niet meer passend was. In veel gevallen leverden deze activiteiten zelfs veel onrust op.

De zorg voor de doelgroep in verpleeghuizen wordt al jaren steeds zwaarder, maar de welzijnsactiviteiten waren vóór corona toesloeg, nog vaak geënt op de doelgroep die een stuk ‘lichter’ was.
Door het coronavirus waren de (centraal) georganiseerde welzijnsactiviteiten in groepen niet meer aan de orde. Voor de veiligheid van de cliënt en de medewerkers moesten welzijnsactiviteiten op de groep plaatsvinden. Dit bleek veel beter aan te sluiten bij de cliënten. Bovendien leverde deze werkwijze voor zowel cliënt als medewerker de nodige rust op. In gesprekken met zorgmedewerkers hoorden we dat ook terug: “Cliënten zijn veel rustiger”.

Ook de activiteiten zelf

Niet alleen de locatie van de activiteiten veranderde; dat gold ook voor de activiteiten zelf. Georganiseerde activiteiten maakten plaats voor ‘huiselijke’ activiteiten. Samen de krant lezen, een puzzel leggen, nagels lakken of koekjes bakken. Met de hele groep ‘in huis’! Dat is fijn voor de cliënten die meedoen aan de activiteit maar ook voor degenen die erbij kunnen zitten.
Deze activiteiten werden natuurlijk vóór corona ook al gedaan, maar minder frequent. Ze waren vaak afhankelijk van een vrijwilliger, familielid of mantelzorger. De tijd en/of het budget om dit vanuit de organisatie structureel en regelmatig te organiseren, was er eigenlijk niet. Door de vermindering van centrale activiteiten, is die ruimte er wél. Ook dan zal er altijd hulp en ondersteuning van vrijwilligers, familie en mantelzorgers nodig zijn.

Aandacht voor de cliënt

Een ander nieuw besef: welzijn bestaat niet alleen uit (kleinschalige) activiteiten die op de groep of centraal plaatsvinden. Oprechte aandacht voor de individuele cliënt draagt hier ook aan bij. Wederom niet nieuw, maar hier is nog veel te winnen. Vooral omdat oprechte aandacht voor de cliënt niet veel extra tijd kost, maar vooral wordt gezien als een zorgaangelegenheid.
Door al deze veranderingen (verschuiven en veranderen van de welzijnsactiviteiten en oprechte aandacht door anderen dan anderen dan alleen de zorgmedewerkers) komt er ruimte voor waardetoevoeging door facilitaire dienstverlening. Facilitaire medewerkers kunnen vaak heel goed de meer ‘huiselijke’ activiteiten uitvoeren die op de groep plaatsvinden. Ook bij de reguliere facilitaire dienstverlening (zoals bijvoorbeeld het schoonmaken) zijn er mogelijkheden voor oprechte aandacht voor de cliënt. Als de kamer wordt schoongemaakt waar de cliënt bij is, kunnen gesprekken ontstaan. Lukt dat niet, bijvoorbeeld doordat de cliënt niet in staat is om een gesprek te voeren? Ook dan is betrokkenheid wel degelijk mogelijk, bijvoorbeeld doordat de medewerker aan de cliënt vertelt wat hij/zij aan het doen is.

Een integrale visie

Voor een haalbare toegevoegde waarde voor de cliënt is een integrale visie op de dienstverlening op de groep noodzakelijk. Dus niet meer: facilitair, welzijn en zorg. De verdeling in wonen en zorg is logischer. Voor zorg blijft een minimaal opleidingsniveau noodzakelijk; voor dienstverlening die met het wonen te maken heeft, kan een specifieke cursus voldoende zijn. Als alle dienstverlening omtrent het wonen (welzijn, koken, schoonmaken, bedden opmaken, was verzamelen etc.) als integraal wordt beschouwd, biedt dit ruimte voor nieuwe functies. Zo ontstaan er woonbegeleiders, medewerkers wonen, woonondersteuners, etc. Deze medewerkers zijn verantwoordelijk voor het wonen op een groep. Zij hebben diverse werkzaamheden, en kunnen daardoor eenvoudiger een dienst over de dag vullen. Door volle diensten op één groep leert de medewerker de cliënten goed kennen. Daardoor kunnen de werkzaamheden worden afgestemd op de behoeften van de cliënten.
Dit vraagt van deze medewerkers onder andere dat zij de cliënt goed kennen en met hem/haar kunnen communiceren. Een goede samenwerking met de zorgmedewerkers, vrijwilligers, familieleden en mantelzorgers levert een bijdrage aan een fijne dag van de cliënt.

Verantwoordelijkheden

Zo’n nieuwe werkwijze brengt ook een risico met zich mee: de ‘minder leuke’ klusjes worden misschien minder goed uitgevoerd. Het is natuurlijk leuker om met de cliënt een puzzel te maken dan een badkamer schoon te maken. Daarom is het belangrijk dat een verantwoordelijke deze kwaliteit bewaakt.
Vanuit AAG zijn wij betrokken bij diverse projecten. We bespreken deze onderwerpen met de zorgorganisatie. Samen zorgen we ervoor dat de organisatie passend wordt gemaakt. Dan is het ook mogelijk om op een andere manier te gaan werken. Dat vraagt om andere aansturingsmodellen waarbij twee dingen belangrijk zijn: optimale samenwerking op de groep door het totale team én natuurlijk de vakinhoudelijke coaching en begeleiding.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!