Over dit artikel

Het online platforum “Forum Salaris” van de Belastingdienst heeft de handreiking met antwoorden op veel gestelde vragen over het lage-inkomensvoordeel (LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV) geactualiseerd en verduidelijkt.

Sinds 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) van kracht geworden. In deze wet zijn drie tegemoetkomingen opgenomen om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Het gaat om de tegemoetkomingen:

  • Lage-inkomensvoordeel (LIV)
  • Jeugd-LIV
  • Loonkostenvoordeel (LKV)

Hieronder de antwoorden op de meest gestelde vragen:

Hoe wordt het LIV toegepast als een werknemer in de loop van het jaar in dienst komt?
Het LIV geldt voor banen van ten minste 1248 verloonde uren op jaarbasis. Voor een werknemer die gedurende het jaar in dienst komt, geldt deze eis ook. Het aantal van 1248 verloonde uren wordt niet tijdsevenredig herleid. Het UWV bepaalt op basis van de polisadministratie of aan deze eis is voldaan. Dit geldt ook voor een werknemer die in de loop van het jaar uit dienst gaat.

Klopt het dat correcties over 2020 die na 1 mei 2021 worden ingediend, niet meer worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van het LIV?
Ja, dit klopt. Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 heeft ontvangen, tellen niet meer mee voor de bepaling van het LIV over 2020. De gegevens worden wel opgenomen in de polisadministratie van het UWV. De correcties over 2020 die u indient na 1 mei 2021, worden ook niet meer meegenomen in de berekening van het LIV in 2021.

Komen stagiaires ook in aanmerking voor het LIV?
Als stagiaires in een fictieve dienstbetrekking werken, kan het LIV van toepassing zijn. Voor de ziektewet zijn stagiaires wel werknemers (artikel 1.1, onderdeel b Wtl). Wel is de kans groot dat niet aan de voorwaarde van het gemiddelde uurloon wordt voldaan, waardoor geen recht bestaat op het LIV.

De werknemer ontvangt het wettelijk minimumloon. De werkgever houdt hierop een deel van de pensioenpremie in. Is het LIV dan nog van toepassing?
De inhouding van de pensioenpremie op het loon kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer beneden de grens van 100% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

Een werknemer wordt verloond onder verschillende inkomstenverhoudingen. Hoe wordt hiermee omgegaan bij LIV?
De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als u een werknemer onder meerdere inkomstenverhoudingen verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de verschillende inkomstenverhoudingen bij elkaar optellen.

Het LIV is niet langer van toepassing als een werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Een werknemer bereikt op 2 mei 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd en stopt met werken. In deze periode is niet voldaan aan de eis van de 1.248 verloonde uren. Kan ik deze uren naar rato berekenen?
De eis van 1.248 verloonde uren geldt per kalenderjaar en wordt niet tijdsevenredig herleid. Als er in de periode januari tot en met mei 2020 minder verloonde uren zijn dan 1.248, bestaat er geen recht op LIV. De verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, tellen nog mee. Doet de werkgever maandaangifte, dan tellen de verloonde uren van de maand mei ook nog mee.

Let op! Blijft de werknemer na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd doorwerken? Dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd mee bij de vaststelling of aan de absolute eis van ten minste 1248 verloonde uren is voldaan. Als de AOW-gerechtigde werknemer in het gehele kalenderjaar ten minste 1248 uur werkt, bestaat recht op het LIV voor de verloonde uren van de maanden januari tot en met april 2020. Het recht op het LIV stopt altijd na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd.

De complete handreiking kunt u terugvinden op het Forum Salaris van de Belastingdienst.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Monique Straver