Over dit artikel

De afgelopen jaren heeft de impairmenttoets een vaste plek ‘veroverd’ in het jaarrekeningtraject van zorgorganisaties. Op de balansdatum dient een zorgorganisatie te beoordelen of er externe en/of interne signalen zijn waardoor sprake is van een bijzondere waardevermindering van de vaste activa. Maar deze signalen kunnen ook leiden tot een (onverwachte) terugname van een duurzame waardevermindering.

Beoordelen van de noodzaak voor een impairment

Bij voortgezette exploitatie van uw zorgvastgoed moet u over het algemeen een bedrijfswaardeberekening opstellen van uw extern accountant (RJ 212, “value in use”). Indien door omstandigheden of gebeurtenissen de bedrijfswaarde van de vaste activa van een onderneming minder waard zijn dan de boekwaarde, dan moet u een bijzonder waardeverminderingsverlies in uw jaarrekening laten zien. Dit betekent een extra waardevermindering/afboeking van uw vaste activa (naast de reguliere afschrijvingen).

De impairmenttoets: een jaarlijkse terugkerende excercitie?

Indien eenmaal een duurzame waardevermindering is verwerkt in de jaarrekening, betekent dit niet dat dit ‘financiële dossier’ hiermee per definitie is afgewikkeld. Volgens RJ 121.202 dient op iedere balansdatum een beoordeling plaats te vinden of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan bijzondere waardevermindering onderhevig is. Indicaties voor waardeverminderingen van het vastgoed in de zorg zijn onder andere:

  • gewijzigde marktomstandigheden en omgevingsfactoren;
  • ontwikkelingen in marktrentes of rentabiliteitseisen;
  • een sterk gewijzigde concurrentiepositie;
  • fysieke schade aan het vastgoed.

Alleen als de hiervoor genoemde aanwijzingen zich daadwerkelijk manifesteren, dient u opnieuw een impairmenttoets uit te voeren. Indien gegevens en/of parameters veranderen, kan bijvoorbeeld een afwaardering worden teruggenomen (art. 2:387 BW en RJ 121), of kan een aanvullende afwaardering nodig blijken.

Terugname van een duurzaam waardeverlies: wat te doen?

Wat nu als de economische omstandigheden verbeteren en/of de door u gehanteerde uitgangspunten in de bedrijfswaardeberekening te negatief/pessimistisch zijn ingeschat?

De RJ (121.603) geeft een niet-limitatieve opsomming van indicaties bij het beoordelen van de situatie of een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies heeft opgehouden te bestaan of is verminderd. Deze aanwijzingen zijn grotendeels het spiegelbeeld van de indicaties die worden gehanteerd bij de beoordeling van de noodzaak tot een impairmenttoets (RJ 121.203-305).

In dit kader maakt de RJ (RJ 121.605*, 606, 608) duidelijk dat een in vorige jaren verwerkt bijzonder waardeverminderingsverlies alleen moet worden teruggenomen, als er sinds de verwerking van het verlies een wijziging heeft plaatsgevonden in de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde. Voorbeelden kunnen zijn:

  1. Niet meer uitgaan van de opbrengstwaarde maar van de bedrijfswaarde en omgekeerd.
  2. Indien wordt uitgegaan van de bedrijfswaarde: een wijziging in de bedragen of tijdsplanning van de geschatte toekomstige kasstroom of van de disconteringsvoet.
  3. Indien wordt uitgegaan van de opbrengstwaarde: een verandering van schatting van componenten van deze opbrengstwaarde.

Indien een aanwijzing aanwezig is, moet de rechtspersoon de realiseerbare waarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) schatten. Vervolgens moet een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies worden teruggedraaid zodra de waardevermindering heeft opgehouden te bestaan. Voor de bepaling of sprake kan zijn van een terugneming en, zo ja, voor welk bedrag, geldt eenzelfde insteek als voor de bepaling of sprake kan zijn van een waardevermindering.

Is de realiseerbare waarde als gevolg van gewijzigde schattingen hoger dan de boekwaarde van het actief? Dan moet deze boekwaarde worden verhoogd tot de realiseerbare waarde, echter met als maximum de boekwaarde (na afschrijvingen) die gehanteerd zou zijn als in het verleden geen bijzondere waardevermindering zou zijn verantwoord.

De terugneming van een bijzondere waardevermindering wordt als bate in de winst-en-verliesrekening verantwoord, behalve wanneer het actief is geherwaardeerd. Vergeet hierbij niet, naast de verantwoording van de terugneming van de waardevermindering, de afschrijvingslast voor de toekomstige perioden van het betreffende actief aan te passen (RJ 121.612).

Meer weten over impairment?

Mocht u meer willen weten over impairment, download dan onze Whitepaper Impairment. In deze whitepaper geven wij u, op basis van onze persoonlijke ervaringen, voorbeelden van een aantal uitgangspunten en de (soms) verschillende manieren waarop controlerende accountants deze standpunten beoordelen.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Remco Vergeer senior business consultant
06 51382476
r.vergeer@aag.nl