Over dit artikel

De nieuwe pensioenwet (wetsvoorstel toekomst pensioenen) treedt een jaar later in werking. De beoogde ingangsdatum is nu 1 januari 2023, in plaats van 1 januari 2022. Werkgevers hebben hierdoor meer voorbereidingstijd voor het aanpassen van de pensioenregelingen.

In 2019 sloten het kabinet en de sociale partners het pensioenakkoord. Eind 2020 werd het conceptvoorstel voor de Wet toekomst pensioenen, met daarin de regels voor het nieuwe pensioenstelsel, gepubliceerd op internetconsultatie.nl. Dit resulteerde in meer dan 800 reacties. Het verwerken van de reacties vergt veel tijd, omdat het om lastige materie gaat en er veel afstemming tussen allerlei betrokken partijen nodig is.

In een Kamerbrief geeft de minister aan dat na de verwerking van alle reacties het voorstel ook nog door diverse instanties getoetst wordt. De minister verwacht daarom niet dat hij het wetsvoorstel vóór begin 2022 bij de Tweede Kamer kan indienen. De minister acht inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk per 1 januari 2023 realistisch.

Regeling op basis van dienstjaren

Daarnaast heeft minister Koolmees van SZW aan de Tweede Kamer laten weten dat een regeling voor een pensioen na 45 dienstjaren het beoogde doel niet bereikt. Voor mensen die vroeg beginnen met werken, kan het extra lastig zijn door te werken tot de AOW-leeftijd. Daarom werd in het pensioenakkoord afgesproken om te onderzoeken of het mogelijk is het moment van uittreden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld bij 45 jaar. Na onderzoek blijkt dat de regeling lastig uitvoerbaar is, omdat het lastig is aan te tonen wie er aan de 45 dienstjaren komt, waardoor een deel van de doelgroep niet onder de regeling zou vallen. Dit komt doordat de arbeidshistorie niet lang genoeg centraal bijgehouden is én omdat werknemers zelf geen noodzaak hadden hun gegevens langer te bewaren dan bijvoorbeeld voor de belastingaangifte nodig was.

Daarnaast bereikt deze regeling niet de doelgroep waarvoor hij bestemd is en zouden de kosten voor de staatskas behoorlijk oplopen. Kortom: deze regeling lijkt te worden afgeschreven. Echter kunnen er wel afspraken over vroegpensioenregelingen gemaakt worden door vakbonden en werkgevers in cao’s.

In cao’s worden nu ook afspraken gemaakt over het gebruik van de tijdelijke drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU). Bovendien kunnen werknemers hun verlofrechten opsparen voor eerdere uittreding.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Monique Straver