Over dit artikel

De brede welvaart is in Nederland relatief hoog, maar er zijn ook uitdagingen. Door onder andere de vergrijzing, lagere productiviteitsgroei en nieuwe technologieën, zullen de samenleving en economie er in de toekomst anders uitzien dan nu. Om Nederland op de toekomst voor te bereiden heeft het kabinet stappen genomen. In dit artikel een overzicht van zaken uit de miljoenennota die betrekking hebben op de zorg.

Stijgende zorgkosten leiden tot hogere premies. Dat komt deels doordat de Nederlandse bevolking vergrijst. Dit leidt tot meer vraag naar zorg en AOW-uitkeringen, maar is ook het gevolg van bewuste keuzes om bijvoorbeeld extra middelen beschikbaar te stellen voor de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Tegenover de hogere premies staat hoge kwaliteit van de zorg die toegankelijk is voor elke Nederlander. Een keerzijde is dat stijgende uitgaven aan zorg en sociale zekerheid de ruimte voor andere uitgaven beperken, of leiden tot de noodzaak om lasten te verhogen, zoals sinds de crisis ook is gebeurd. De organiseerbaarheid en de betaalbaarheid van de zorg staan daarmee onder druk.

Het kabinet geeft in 2020 € 302,1 miljard euro uit. Daarvan gaat € 82.2 miljard naar de zorg. De inkomsten uit zorgpremies zijn € 41,7 miljard euro. De verwachting is dat de zorgkosten in de toekomst zullen blijven stijgen. Onderzoekers van het RIVM verwachten dat als we op deze voet doorgaan, de zorgkosten in 2040 twee keer zo hoog zijn als in 2015. Een dergelijke groei is niet alleen onwenselijk; het leveren van zoveel extra zorg is niet realistisch en organiseerbaar. Er zijn simpelweg niet voldoende mensen om het werk te doen en daarom moet de zorg beter georganiseerd worden.

De komende jaren komt er extra budget beschikbaar om de knelpunten in de jeugdzorg te verbeteren. Doordat gemeenten nog volop bezig zijn om het transformatiemodel van de decentralisaties te realiseren is het budget in veel gemeenten niet toereikend. Het kabinet komt de gemeenten de komende jaren tegemoet met een extra budget van in totaal € 420 miljoen euro in 2019, € 300 miljoen euro in 2020 en € 300 miljoen euro in 2021.

Daarnaast wordt er met gemeenten afgesproken dat er in het najaar van 2020 een nieuw onderzoek wordt afgerond over de volume- en uitgavenontwikkeling en beheersing. Het ministerie hamert er op dat geld niet de enige oplossing is om jeugdzorg te verbeteren. Ministerie en gemeenten gaan afspraken maken over op welk niveau (lokaal, regionaal en landelijk) de jeugdhulp het beste kan worden georganiseerd. Er wordt onderzocht waar gemeenten hun jeugdzorggeld aan besteden. Lastenverlaging moet leiden tot meer geld voor daadwerkelijke jeugdhulp. Een belangrijke vraag is: wat hoort bij normaal opvoeden en waar begint de jeugdhulpplicht?

Budget

In 2020 staat de totale GGZ voor € 7,6 miljard euro op de begroting. Gemeenten hebben zich recent gecommitteerd aan de ambulantisering in het GGZ-domein, zodat personen de GGZ-zorg zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving kunnen krijgen en zoveel mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij. De GGZ-aanbieders moeten informatie over hun wachttijden aanleveren en eventueel patiënten doorverwijzen naar een andere GGZ-organisatie. De zorgverzekeraars moeten voldoende zorg inkopen en in de contractering met zorgaanbieders afspraken maken over het aanpakken van wachttijden en personen die wachten op een behandeling bemiddelen naar een andere hulpverlener.

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Per 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte geestelijk gezondheidszorg in werking, de opvolger van de wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2020 € 41 miljoen en vanaf 2021 jaarlijks ruim € 30 miljoen beschikbaar is.

Het blijkt dat (vooral) in de wijkverpleging en (deelsectoren van) de GGZ het aandeel niet-gecontracteerde zorg stijgt. Dit is zorgelijk, aangezien de contractering zorgt voor een verbetering van de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid.

Voor suïcidepreventie is in 2020 in totaal € 8,2 miljoen beschikbaar voor het verlenen van concrete hulp en interventies. Voor vertrouwenspersonen in de GGZ is er in 2020 € 7 miljoen euro beschikbaar.

E-health

Om E-health in de GGZ te stimuleren en te investeren in informatievoorziening, zoals een verbeterende uitwisseling tussen zorgverleners en hun patiënten, is in de periode tot en met 2020 in totaal € 50 miljoen beschikbaar. Tot slot is de opleiding ‘jeugd-GGZ instelling’ verlengd tot 2022. Het doel is dat zorgverleners in de jeugd-GGZ tijdens de opleiding ook praktijkervaring in deze sector kunnen opdoen. In 2020 is voor deze regeling € 1,5 miljoen beschikbaar. In het hoofdlijnenakkoord GGZ is € 0,9 miljoen beschikbaar gesteld voor het opleiden van negen verslavingsartsen.

De begroting is gevoelig voor de economische ontwikkeling, maar ook voor de bevolkingsopbouw. Nederlanders worden gemiddeld ouder, mede doordat de (gezonde) levensverwachting is toegenomen. De vergrijzing heeft gevolgen voor de begroting; een oudere bevolking vraagt immers om meer uitgaven aan vooral pensioen (AOW) en zorg. Een vergrijzende bevolking zal de komende decennia een stijgend beroep doen op collectieve arrangementen, zoals de zorg.

De levensverwachting is sterk gestegen en neemt in de toekomst naar verwachting verder toe. Door de hogere levensverwachting en vergrijzing komen er meer gepensioneerden per werkende Nederlander. De verhouding van mensen tussen de 20 en 65 jaar en het aantal 65-plussers zal de komende 10 jaar stijgen van 33% naar 42%. Hierdoor komt de financiering van de AOW onder druk. Dit probleem kan worden opgelost als ook ouderen participeren op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moeten ouderen ook in goede gezondheid hun AOW-leeftijd kunnen bereiken. Om dit te waarborgen zal het kabinet niet langer een één-op-één koppeling hanteren, maar toe gaan naar een twee-op-drie koppeling. Dit betekent dat voor elk jaar dat de levensverwachting toeneemt de AOW-leeftijd met 8 maanden stijgt in plaats van één jaar.

Het ministerie is bereid te kijken naar domeinoverstijgende financiering. Het gaat daarbij onder meer over de Wmo, de Jeugdwet, Wlz, en de Zvw. Het doel is dat kwetsbare ouderen (en hun naasten) langer het leven kunnen blijven leven zoals ze dat willen, in hun vertrouwde omgeving. Een professional is hierbij als arrangeur verantwoordelijk voor het organiseren van alle ondersteuning en zorg van de oudere.

Om nieuwe woonzorginitiatieven te ontwikkelen kan gebruik gemaakt worden van de stimuleringsregeling wonen en zorg, speciaal voor vernieuwende huisvesting. Hiervoor is in 2020 € 30 miljoen beschikbaar.

De Stuurgroep Zorg heeft een visie opgesteld voor een duurzaam zorglandschap in de regio Groningen inclusief een advies over de versterking/vernieuwing van het zorgvastgoed. Hiervoor is in totaal € 323 miljoen nodig. Vanuit VWS wordt maximaal € 93 miljoen bijgedragen over een periode van 15 jaar om deze visie te verwezenlijken. Het WFZ, met het Rijk als achterborg, speelt dus nog steeds een waardevolle rol bij de financierbaarheid van investeringen in zorgvastgoed.

Het kabinet-Rutte gaat het komende jaar een nieuw plan maken om de organisatie en uitgaven in de zorgsector anders in te richten. De zorg dient meer op regionaal niveau plaats te vinden. Gelet op de toekomstige zorgvraag die op ons afkomt en het feit dat we tegen de grenzen aanlopen van de organiseerbaarheid van de zorg moeten we op tijd verkennen over hoe we de zorg organiseerbaar houden. Het kabinet komt voor de zomer van 2020 met voorstellen voor een toekomstbestendige zorg. Dit is onder meer nodig omdat de vergrijzing zal toenemen terwijl het aantal beschikbare mantelzorgers afneemt.

Het ministerie gaat samen gemeenten, zorgverzekeraars, zorgverleners en patiënten nadenken over de toekomstige zorgvraag, de samenhang in regio’s en de wijze waarop het zorgstelsel die vraag moet gaan opvangen. Belangrijke basis van het nieuwe plan is dat zorgpartijen in de regio veel meer afspraken moeten maken op en rond grensvlakken van de verschillende zorgdomeinen, om te beginnen voor kwetsbare groepen. Het zogenaamde ‘langs elkaar heen’ dient te worden opgelost. We zien in de praktijk bijvoorbeeld dat de samenwerking tussen en over domeinen (zorgverzekeringswet, jeugdwet, wet maatschappelijke ondersteuning, wet langdurige zorg) te wensen overlaat, waardoor mensen in de knel komen en professionals onbedoeld langs elkaar heen werken. Als je zorg nodig hebt, ben je er niet mee bezig of je onder de Jeugdwet, Zvw, Wmo of Wlz valt. Je hebt de juiste zorg nodig, op de juiste plek, liefst dichtbij huis en van de juiste professional.

Het kabinet vraagt tevens aan de zorgsector meer inzet en samenwerking. Het ontbreekt weleens aan visie om de zorg slimmer en beter te organiseren. De voortgang kan niet aan omstandigheden of toeval worden overgelaten. Voor de betaalbaarheid en organiseerbaarheid van de zorg is er meer nodig. Het vraagt erom dat partijen in beweging komen.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!