Over dit artikel

Minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegenheid (SZW) heeft de lagere regelgeving van het Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans (WAB) naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze regelgeving zijn onderdelen uit de WAB verder uitgewerkt.

Onlangs stemde de Tweede Kamer in met de WAB. Minister Koolmees heeft nu ook vijf conceptbesluiten en een concept van een ministeriële regeling die in november 2018 is opengesteld voor internetconsultatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Het gaat om de volgende regelgeving:

Conceptbesluit in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Dit besluit wijzigt het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding. De wijziging maakt het mogelijk om kosten die de werkgever heeft gemaakt voor activiteiten ter bevordering van kennis en vaardigheden in mindering te brengen op de transitievergoeding, indien de werknemer die kennis en vaardigheden heeft gebruikt om een andere functie bij de werkgever uit te oefenen. Werkgevers worden hierdoor meer gestimuleerd om tijdens het dienstverband te investeren in de bredere inzetbaarheid van werknemers.

Meer over het conceptbesluit in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Conceptbesluit loonbegrip

Met de komst van de WAB wijzigt het recht op en de berekening van de transitievergoeding. Het recht op transitievergoeding ontstaat volgens de WAB vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst, in plaats van op het moment dat een arbeidsovereenkomst 24 maanden heeft geduurd. Dit betekent dat ook bij arbeidsovereenkomsten met een hele korte looptijd, die beëindigd worden op initiatief van de werkgever, een transitievergoeding verschuldigd is. De aanpassing heeft gevolgen voor het Besluit loonbegrip (vergoeding aanzegtermijn) en de transitievergoeding.

Door deze wijziging moet de transitievergoeding en daarmee het loon per maand ook voor zeer korte contracten berekend kunnen worden. De betreffende aanpassing van het Besluit ziet erop dat ook in deze gevallen een loon per maand vastgesteld kan worden.

Meer over het conceptbesluit loonbegrip

Conceptbesluit oproepcontracten

Het kabinet vindt het van belang om van tevoren zekerheid te geven over welke arbeidsovereenkomsten worden aangemerkt als oproepovereenkomsten. Dit gegeven is belangrijk voor de vastlegging op de loonstrook, de toepasselijkheid van de maatregelen ten aanzien van oproepcontracten en het kunnen afdragen van de lage WW-premie.

Meer over het conceptbesluit oproepcontracten

Conceptbesluit Wfsv premiedifferentiatie WW

Dit besluit wijzigt het Besluit Wfsv naar aanleiding van de wijziging in de financiering van de Werkloosheidswet (WW), door de WW-premie te differentiëren naar aard van het contract. Voor vaste contracten gaan werkgevers een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten. Het moet hiermee voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers een vast contract te bieden. Tegelijkertijd wordt de financiering van de WW gemoderniseerd: de sectorale differentiatie wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract.

Flexibele contracten voor jongeren onder de 21 jaar, die gemiddeld niet meer dan 12 uur per week werken, vallen straks onder de lage WW-premie. Dit zijn weliswaar flexkrachten, maar kleine studentenbaantjes leveren over het algemeen niet veel instroom in de Werkloosheidswet (WW) op. De betreffende werknemers zitten bovendien meestal helemaal niet op een vast contract te wachten.

Om te controleren of de lage WW-premie terecht is toegepast, kan de Belastingdienst de geboortedatum en de verloonde uren van de werknemer uit de loonaangifte halen, dus er zijn geen technische aanpassingen nodig om deze uitzondering in te voeren.

Mogelijk tussenpremie voor lange tijdelijke contracten

De Tweede Kamer heeft ook nog een motie aangenomen om te laten onderzoeken of het toevoegen van een derde categorie WW-premie mogelijk is voor langdurige tijdelijke contracten. Het komt namelijk steeds vaker voor dat werkgevers langjarige contracten met werknemers afspreken in combinatie met opleiding en ontwikkeling. Voor die groep zou nu de hoge WW-premie verschuldigd zijn, terwijl de betreffende werknemers wel een bepaalde baanzekerheid hebben.

Daarnaast regelt dit besluit het verschil tussen het hoge en het lage percentage, dat wordt vastgesteld op vijf procent. Daarnaast kan in de volgende situaties het lage percentage worden herzien, ook als er sprake is (geweest) van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en er geen is sprake (geweest) van een oproepovereenkomst:

  • De dienstbetrekking wordt binnen vijf maanden na aanvang beëindigd.
  • De werknemer krijgt binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren verloond dan contractueel voor dat jaar overeengekomen.
  • De werknemer krijgt binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering door arbeidsuren- of inkomstenverlies bij de werkgever.
  • De werknemer krijgt een WW-uitkering toegekend, terwijl maximaal een jaar eerder bij dezelfde werkgever het lage percentage voor herziening in aanmerking kwam omdat aan dezelfde werknemer binnen een jaar na de aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering werd toegekend uit hoofde van diezelfde dienstbetrekking.

Door deze wijziging worden voor de WW de sectorpremies en sectorfondsen afgeschaft. In verband daarmee vervallen ook de bepalingen in de Regeling Wfsv die daarop betrekking hadden.

Meer over de conceptregeling Wfsv premiedifferentiatie 

Conceptbesluit compensatieregeling transitievergoeding bedrijfsbeëindiging

Het conceptbesluit stelt vast hoe een organisatie in aanmerking kan komen voor compensatie van de verstrekte transitievergoedingen, wanneer de werkzaamheden worden beëindigd als gevolg van ziekte of pensionering van de werkgever. Hiervoor geldt een aantal voorwaarden:

  • Allereerst moet vaststaan dat sprake is van het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming.
  • Daarnaast moet het gaan om een kleine werkgever.
  • Verder moet de werkgever de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt of moet hij dusdanig ziek zijn dat hij zijn werkzaamheden als werkgever redelijkerwijs niet kan voortzetten.
  • Ten slotte kan een transitievergoeding alleen gecompenseerd worden indien deze verschuldigd was in verband met eindigen van een arbeidsovereenkomst in een bepaalde periode.
  • Compensatie van al door de werkgever betaalde transitievergoedingen kan ook worden verstrekt als de desbetreffende eigenaar van de eenmanszaak, vennoot, maat of dga is komen te overlijden.

Dit conceptbesluit is inmiddels definitief en is op 26 februari gepubliceerd in de Staatscourant.

Meer over het conceptbesluit compensatieregeling transitievergoeding bedrijfsbeëindiging

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Monique Straver
Monique Straver senior payroll consultant
06 51562834
m.straver@aag.nl