Over dit artikel

Heeft u al een modus gevonden in het werken met de nieuwe kwaliteitsindicator ‘aandacht voor eten en drinken’? De discussie over het belang van eten en drinken als onderdeel van welzijn in de zorg wordt veelvuldig gevoerd. Wat is belangrijker? Zorg of welzijn? Het antwoord ligt vrijwel altijd ergens in het midden en dat is een prima vertrekpunt. Welzijn heeft inmiddels een belangrijke rol in het leven van een cliënt of patiënt en wellicht dat die rol in de nabije toekomst nóg belangrijker wordt.

De indicator ‘aandacht voor eten en drinken’ is nieuw en uiterst relevant. Bij eten en drinken gaat het niet alleen om voorkoming van ondervoeding of juist de ontwikkeling van overgewicht, maar ook om het genieten van eten en drinken, het samenzijn en de ambiance tijdens de maaltijden. Met de indicator worden de afspraken die de zorgorganisatie maakt met cliënten over eten en drinken getoetst.

Het Zorginstituut heeft het aantal kwaliteitsindicatoren waar de verpleeghuiszorg over moet rapporteren teruggebracht van tien naar vijf. Daarnaast krijgen zorgaanbieders meer vrijheid om de relevantie voor de eigen organisatie te bepalen: naast drie verplichte indicatoren mogen ze er zelf twee kiezen uit een lijst van zeven. Dit alles in het teken van minder én zinvoller registreren.

Van bijzaak naar prioriteit

Met de nieuwe verplichte indicator ‘Aandacht voor eten en drinken’ moet eten en drinken meer prioriteit worden in plaats van bijzaak. Dat eten en drinken belangrijk is weet iedereen, maar het is zeker niet vanzelfsprekend. In de zorg is de organisatie vaak lastig en wordt er onvoldoende aandacht aan geschonken. Niet enkel aan het product zelf, maar ook de ambiance en het goede gedrag van medewerkers. Daarnaast is het goed laten eten en drinken van cliënten vaak een uitdaging. Cliënten hebben vaak weinig trek, zijn moe, alles kost veel energie. Het is goed dat er dankzij de indicator extra aandacht komt voor eten en drinken; meerdere meetmomenten om te inventariseren of wat de organisatie doet op het gebied van eten en drinken nog wel het goede is. Ook het bewustzijn van (zorg)medewerkers moet hierdoor groeien. Als het druk is, is de verstrekking van eten en drinken vaak bijzaak. Terwijl het iets is waar men altijd oog voor moet hebben.

Monitoren

Tijdens de kick-off bijeenkomst ‘Aandacht voor eten en drinken’, georganiseerd door ActiZ en Stichting Eten+Welzijn, gaven deelnemers aan dat ze het lastig vinden dat er weer meer vastgelegd moet worden en ze zich hier niet goed op konden voorbereiden. Desondanks is het goed dat er meer aandacht wordt besteed aan eten en drinken. Daar hoort het vastleggen ook bij om te borgen dat deze aandacht blijvend is. Met eten en drinken kan het verschil gemaakt wordt voor cliënten. Niet alle cliënten kunnen goed aangeven wat ze willen. Dan is het belangrijk dat er geregeld wordt getoetst of de voorkeuren nog steeds kloppen en dat dit bekend is binnen het team van verpleegkundigen en verzorgenden. De indicator wordt daarom ook gezien als kans om te werken aan smaakvol eten en drinken waar de cliënt van geniet en aansluit op individuele wensen.

Samenwerken

Eten en drinken gaat over zorg, welzijn en persoonlijke voorkeur en vereist daarom integrale samenwerking; zowel op beleidsniveau – bijvoorbeeld met een integraal voedingsteam – als in de praktijk tussen zorg, facilitair en cliënt. Tijdens de kick-off werd gesproken over hoe de samenwerking versterkt kan worden en dat het belangrijk is de cliëntenraad te betrekken in het opstellen en opvolgen van voedingsbeleid. Daarnaast kwam naar voren dat het belangrijk is medewerkers te scholen op gebied van het maken van gezonde, duurzame en smaakvolle voeding voor bewoners. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen zorgorganisaties om van het eten een feestje te maken.

Zoals één van de deelnemers aan het event sprak: “Een ons welzijn, voorkomt een kilo zorg.” Eten en drinken kan zo op het gebied van preventie veel betekenen.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Stijn Creemers