Over dit artikel

Verleent u jeugdzorg? Weet u wat voor informatie u aanlevert aan het CBS? Mocht uw eerste antwoord ‘ja’ zijn en het tweede een twijfelachtige ‘ja’ of zelfs een ‘nee’, dan is dit artikel zeker voor u bedoeld.

Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd

Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet, is het voor ministeries en gemeenten van belang te beschikken over kwalitatief goede beleidsinformatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd heeft als doel een benchmark te maken, die gemeenten op hoofdlijnen met elkaar vergelijkt en waarbij landelijk gevolgd kan worden of een van de kerndoelen van de Jeugdwet, een beweging van zware vormen van hulp naar lichte hulp, wordt bereikt.

Om te voorkomen dat er door verschillende instanties op eigen wijze beleidsinformatie wordt uitgevraagd, zijn hierover landelijke afspraken gemaakt. In de afspraken, die verankerd zijn in de Jeugdwet, staat dat jeugdhulpaanbieders verplicht zijn twee maal per jaar (halfjaarlijks) een set gegevens bij het CBS aan te leveren. De gegevens worden vervolgens door het CBS gepubliceerd.

Heeft u nog niet eerder stil gestaan bij wat voor set met gegevens u moet aanleveren? Bekijk dan eens de Excel spreadsheet op de website van het CBS. Daarnaast kunt u in het Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd ook uitleg vinden over de aan te leveren gegevens.

Aandachtspunten en tips

Hieronder leest u een aantal aandachtspunten en tips voor het aanleveren van de data. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat er met de o.a. door u verstuurde informatie daadwerkelijk over kwalitatief goede beleidsinformatie gesproken kan worden.

Belangrijk om vooraf te weten:

  • Het aanleveren van gegevens geldt alleen voor zorg in natura (ZIN), niet voor PGB.
  • ‘Per hulptraject’ per jeugdige vult u een regel. U levert zo alle zorg van dezelfde hulpvorm voor dezelfde jeugdige in één record aan. Wanneer een jeugdige voor verschillende hulpvragen zorg krijgt, levert u per hulpvraag een record aan.
  • Is er overlap in trajecten voor hetzelfde hulptraject, dan wordt de zwaarste vorm aangeleverd.
  • Om een dubbele telling te voorkomen, wordt bij een verhuizing van de jeugdige tijdens een hulptraject, dit hulptraject enkel opgenomen bij de zorgaanbieder ná de verhuizing.
  • Er is nog geen eenduidige instructie over wat te doen indien er bij een hulptraject sprake is van hoofd- en onderaannemerschap. Mogelijk worden deze trajecten dubbel aangeleverd. U zou hierover afspraken kunnen vastleggen in de onderaannemerschapsovereenkomst.

Bij het daadwerkelijk vullen:

  • Postcode/Gemeente ter duiding van de woonplaats, weergegeven als NNNNAA: de postcode van het adres van de gezagsdrager van de jeugdige. Dit is nodig om te bepalen aan welke gemeente en wijk de beleidsinformatie over de betreffende jeugdige moet worden toegekend. Als het adres van de gezagsdrager onbekend is of buiten Nederland, dan gaat het om het adres van het werkelijke verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag. Als de postcode niet bekend is, dan volstaat de CBS code van de gemeente. Indien kolom ‘Postcode’ gevuld is, kolom ‘Gemeente’ leeg laten.
  • Datum aanvang jeugdhulp: de dag waarop het uitvoeren van de hulpverlening start. Dit is meestal niet de datum van de beschikking of aanmelding. Ook een eerste kennismaking gevolgd door plaatsing op een wachtlijst is niet de begindatum. Bij jeugdhulp met verblijf wordt de dag aangehouden volgend op de eerste overnachting.
  • De verwijzer is niet standaard gemeentelijke toegang. Ook een huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instelling, medisch specialist, rechter, officier van justitie of functionaris justitiële inrichting kan als verwijzer optreden. Daarnaast zijn ‘onbekend’ of ‘geen verwijzer’ ook categorieën. Hierbij is wel van belang te melden dat de categorie ‘verwijzer onbekend’ alleen gebruikt mag worden als de datum van aanvang vóór 1 januari 2015 ligt.
  • Vaak wordt er standaard bij het Perspectief ‘begeleiden’ ingevuld; deze is het meest voor de hand liggend. Diagnostiek en behandelen zijn echter ook vormen die ingezet (kunnen) worden. Het onderscheid tussen begeleiden en behandelen lijkt niet altijd eenduidig. Begeleiden gaat in het algemeen om activiteiten waarmee een jeugdige wordt ondersteund bij het uitvoeren van dagelijkse levensverrichtingen en het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Bij behandelen gaat het globaal om het oplossen of verhelpen van een psychisch, psychosociaal, gedrags- of opvoedprobleem of een psychische stoornis. Behandelen kan ook gericht zijn op het leren omgaan met, verminderen of stabiliseren van het probleem of de stoornis.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!