Over dit artikel

De discussie over het belang van eten en drinken als onderdeel van welzijn in de zorg voer ik graag. Wat is belangrijker? Zorg of welzijn? Het antwoord ligt vrijwel altijd ergens in het midden en dat is een prima vertrekpunt. Welzijn heeft inmiddels een belangrijke rol in het leven van een cliënt of patiënt en wellicht dat die rol in de nabije toekomst nóg belangrijker wordt.

Met dit inzicht heeft het Zorginstituut het aantal kwaliteitsindicatoren waar de verpleeghuiszorg over moet rapporteren teruggebracht van tien naar vijf. Daarnaast krijgen zorgaanbieders meer vrijheid om de relevantie voor de eigen organisatie te bepalen: naast drie verplichte indicatoren mogen ze er zelf twee kiezen uit een lijst van zeven.

Lasten verlagen

Over 2019 moeten aanbieders van verpleeghuiszorg rapporteren over drie verplichte indicatoren basisveiligheid, te weten ‘Advance Care Planning’, ‘bespreken medicatiefouten in het team’ en ‘aandacht voor eten en drinken’. De andere twee verplichte indicatoren – ‘ACP’ en ‘bespreken medicatiefouten in het team’ – waren ook over 2018 al verplicht. Er zijn ook indicatoren komen te vervallen. Hiermee wil de toezichthouder de administratieve last voor zorgprofessionals en zorgaanbieders verlagen. Voor haar toezicht op de verpleeghuiszorg gebruikt de inspectie voortaan de informatie uit de overige indicatoren basisveiligheid. De zorgorganisaties mogen in samenspraak met professionals en de cliëntenraad beslissen welke twee van de zeven ‘keuze-vrije indicatoren’ ze gaan aanleveren.

Eten en drinken

De indicator ‘aandacht voor eten en drinken’ is nieuw en uiterst relevant. Bij eten en drinken gaat het niet alleen om voorkoming van ondervoeding of juist de ontwikkeling van overgewicht, maar ook om het genieten van eten en drinken, het samenzijn en de ambiance tijdens de maaltijden. Met de indicator worden de afspraken die de zorgorganisatie maakt met cliënten over eten en drinken getoetst.

Zorgland staat bol van de ontwikkelingen, ook op het gebied van eten en drinken. Zo zien we dat het voor cliënten en patiënten steeds meer draait om keuzes en eigen regie: wat eet ik, wanneer kan ik eten, waar eet ik en hoe eet ik dat. De maaltijdbeleving bestaat niet alleen uit de producten op het bord. Ook de manier van presenteren en het (gastvrije) gedrag van medewerkers heeft daar een belangrijke rol in.

Gelukkig is hiervoor steeds meer aandacht en ziet de zorg – en klaarblijkelijk ook het Zorginstituut – in toenemende mate het belang van eten en drinken en een passende bejegening. Daarbij komt het besef dat goede voeding het gebruik van dure dieetvoeding kan terugdringen en er zijn resultaten dat ook medicijngebruik teruggedrongen kan worden. Hiermee schuift eten en drinken binnen de zorg steeds meer richting het primaire proces, terwijl het jarenlang toch een wat ondergeschikt product was.

Blijf op de hoogte! Meld u aan
voor de AAG Nieuwsbrief.

Aanmelden

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Stijn Creemers