Er wordt steeds meer concrete invulling gegeven aan de regelingen voor de meerkosten en omzetderving voor zorgorganisaties als gevolg van de uitbraak van corona. Wij geven u een update per wet.

Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is positief advies afgegeven over het opstarten van de dagbesteding met bijbehorend vervoer. Veel zorgorganisaties maken hier gebruik van en proberen de dagbesteding voor hun cliënten weer zo normaal mogelijk op te starten binnen alle geldende richtlijnen.

Wat betreft de declaratie blijft de regel dat alleen daadwerkelijk geleverde dagbesteding via de AW319 gedeclareerd moet worden. Waar men tot nu toe wellicht ervan uit kon gaan dat er geen (extramurale) dagbesteding geleverd werd, kan dit nu niet meer. Dat betekent dat deze registratie zorgvuldig moet worden gedaan. Zorg voor een goede en duidelijke communicatie richting het primaire proces over de registratie van de dagbesteding.

Met het opstarten van de dagbesteding komt ook het vervoer weer langzaam op gang. Vanuit het ministerie is het ‘Kader vervoer naar dagbesteding’ geschreven. Hierin worden de praktische richtlijnen beschreven voor zowel de chauffeur als de passagiers.

In de praktijk maken cliënten op dit moment soms tijdelijk gebruik van een andere dagbestedingslocaties dan voor de uitbraak van corona. Deze keuze wordt gemaakt vanuit praktisch oogpunt. Voor de registratie van het vervoer in de gehandicaptenzorg kan dit gevolgen hebben. Mogelijk verandert hierdoor de afstand tussen het woonadres en de dagbesteding van deze cliënt, waardoor de cliënt in een andere categorie terecht komt. Wees hier alert op in de registratie en declaratie. Wij adviseren u in gesprek te gaan met het zorgkantoor indien dit veel administratieve lasten voor uw zorgorganisatie met zicht mee brengt.

Voor de Zvw zijn er geen nadere afspraken bekend gemaakt ten opzichte van de reeds vermelde afspraken in voorgaande artikelen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar voorgaande artikelen, deze kunt u bovenaan in dit artikel vinden.

Voor de WMO en JW is landelijk afgesproken dat de uitbetaling van de niet geleverde zorg wordt vergoed. Deze geleverde zorg moet worden aangevuld tot 100% van de gemiddelde maandomzet van 2019 met een indexatie zoals in het contract toegepast voor 2020.

Om de uitvoering van de regeling te bespoedigen en de administratieve lasten te beperken, heeft het Ketenbureau I-Sociaal Domein hiervoor een format ontwikkeld. Dit format is bedoeld om u te helpen de aanspraak op grond van de omzetgarantie te onderbouwen en in te dienen. In dit format heeft u de mogelijkheden meerdere componenten in te vullen. Door deze componenten in te vullen maakt u inzichtelijk voor uw zorgorganisatie welk bedrag u nog mag declareren voor de niet geleverde zorg. In dit format zit een uitgebreide invulinstructie die u helpt bij het invullen hiervan.

Voor PGB cliënten blijft de regel dat u de niet geleverde zorg door kunt factureren aan de budgethouder. De budgethouder dient hier, indien nodig, extra budget voor aan te vragen. Er dient via een formulier te moeten worden aangegeven welke zorg wel of niet geleverd is. Wij horen nog steeds geluiden dat budgethouders soms moeite hebben met het factureren van de niet geleverde zorg. Wij adviseren hen voor verdere informatie naar de verstrekker (het zorgkantoor, de gemeente of de zorgverzekeraar) te verwijzen. De verstrekker ondersteunt de budgethouder bijvoorbeeld bij de aanvraag voor extra budget. U kunt de budgethouders ondersteunen door op uw factuur aan te geven wat wel geleverde en wat niet geleverde zorg betreft.

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!