Over dit artikel

Het wordt steeds duidelijker hoe de vergoeding van kosten voor zorgaanbieders als gevolg van corona zal plaatsvinden. Hoewel de praktische vertaling naar beleidsregels en declaratievoorschriften voor de praktijk nog niet concreet is, worden de eerste beleidsregels gepubliceerd en worden de contouren geschetst. Dit betekent dat zorgaanbieders hun gedachten kunnen opmaken over hoe zij het inzicht, de registratie en verantwoording als gevolg van corona kunnen vormgeven. Hieronder een update per wet.

Omzetderving dagbesteding

Zorgaanbieders wordt gevraagd doorlopend te verkennen hoe zij hun zorg zo goed mogelijk op peil kunnen houden, mogelijk op een andere manier dan gebruikelijk, zodat het beschikbare personeel optimaal ingezet wordt. Het coronavirus heeft desalniettemin tot gevolg dat zorgaanbieders overeengekomen productie niet geheel kunnen realiseren. De zorgaanbieders verkrijgen daardoor minder dekking voor hun doorlopende kosten. De voorgenomen compensatie voor omzetderving voorkomt dat. Omdat de gederfde inkomsten apart gecompenseerd worden, is het belangrijk dat zorgaanbieders de reguliere regelgeving volgen en alleen daadwerkelijk geleverde zorg declareren.

  1. Indien er sprake is van een integrale zzp inclusief dagbesteding en de reguliere dagbesteding tijdens de coronacrisis anders wordt ingevuld (bijvoorbeeld dagbesteding op de woonlocatie) dan kan het betreffende zorgprofiel, in deze bijzondere situatie, tijdelijk door gedeclareerd worden. Het betreffende zorgprofiel hoeft dan in deze situatie niet omgezet te worden naar een zorgprofiel zonder dagbesteding. Naast het feit dat het een fijne zekerheid biedt dat deze kosten gedeclareerd worden, scheelt het voor de zorgadministratie ook veel werk. De declaraties hoeven dan niet omgezet te worden naar een zorgprofiel exclusief dagbesteding, om dit later weer te corrigeren op het moment dat de dagbesteding weer als voorheen wordt opgepakt.
  2. Als de dagbesteding normaliter apart wordt gedeclareerd middels een modulaire prestatie en deze op een andere manier wordt ingevuld (bijvoorbeeld op een andere locatie) in verband met corona en deze invulling past binnen de betreffende prestatiebeschrijving, dan kan deze zoals gebruikelijk gedeclareerd worden. Ook kan het voorkomen dat de dagbesteding tijdelijk niet doorgaat, maar dat deze zorg wordt gecompenseerd door bijvoorbeeld individuele begeleiding. Zolang het zorgaanbod binnen het toegestane percentage MPT blijft, staat het u als zorgaanbieder vrij om op de code voor individuele begeleiding te declareren. Als ook dit niet het geval is,  dan komen de kosten in aanmerking voor vergoeding middels de compensatieregeling voor gederfde inkomsten.
  3. De compensatie omzetderving stelt zorgaanbieders in staat om, in het kader van de continuïteit van zorg, ook deze compensatie aan derden voort te zetten. Dit betekent dat bijvoorbeeld de aanbieders die worden ingeschakeld voor het vervoer naar de dagbesteding (voor de doorlopende kosten) doorbetaald kunnen worden, zodat zij geen aanspraak hoeven te maken op het algemene pakket aan maatregelen dat het kabinet heeft genomen.

Bron

De minister voor Medische zorg en sport heeft 10 april jl. een memo gestuurd aan de koepels van zorgaanbieders waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de besluitvorming en financiering van kwetsbare patiënten in verband met corona, de zogenaamde corona cohortzorg. Dit memo is opgesteld in samenspraak met onder meer Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de NZa en ActiZ. Hieronder werken wij de gemaakte afspraken beknopt uit, waarbij wij enkele aandachtspunten benoemen die voor u als zorgaanbieder/aanbieder van corona cohortzorg van belang zijn.

De landelijke aanpak is als volgt:

  • De in te richten capaciteit en de inzit van het beschikbare personeel wordt in kaart gebracht en daar worden afspraken over gemaakt.
  • Er wordt op toegezien dat er voldoende plekken worden gerealiseerd voor kwetsbare patiënten buiten het ziekenhuis en waar nodig worden er tijdelijke zorglocaties opgericht.
  • Bevordering dat partijen samenwerken om de juiste zorg op de juiste plek te realiseren door middel van een centraal coördinatiepunt.
  • Bevordering van de informatievoorziening bij het coördinatiepunt zodat actueel inzicht mogelijk is in de beschikbare/bezette plekken in de regio per cohort.
  • Faciliteren dat over de financiering in de regio afspraken worden gemaakt tussen zorgaanbieders en de zorgverzekeraar(s) en het zorgkantoor.

Afspraken financiering kwetsbare patiënten

De basis voor de financiering van de corona cohortzorg zijn de reguliere afspraken tussen de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars. Deze zorgaanbieders betreffen VVT-aanbieders met een ELV-contract die in samenspraak met de directeuren publieke gezondheid (DPG) en preferente zorgverzekeraars waar nodig extra capaciteit realiseren. Hierbij wordt de VVT-aanbieder gezien als ‘kassier’ voor het te realiseren ‘coronacentrum’. Het is echter ook mogelijk dat GHZ of GGZ aanbieders gezamenlijk het initiatief starten om in overleg met de DPG een coronacentrum te realiseren.

Er gelden hierbij de volgende afspraken:

  • Voor patiënten met (verdenking op) Covid-19 die kunnen worden ontslagen uit het ziekenhuis maar nog te ziek zijn om naar huis te gaan en voor patiënten met (verdenking op) COVID-19 die te ziek zijn voor verblijf in thuissituatie maar te ‘goed’ voor opname in een ziekenhuis, wordt een aparte prestatiecode binnen de ELV-bekostiging gebruikt (zie punt 3). Dit is prestatiecode A0012 Corona Cohortverpleging binnen het ELV. De zorg die wordt verleend op de cohortplekken wordt bij de zorgverzekeraar van de patiënt gedeclareerd met de prestatie A0012 Corona Cohortverpleging. Hiervoor is het tarief €282,92 (gebaseerd op de max tarief voor ELV hoog-complex met max-max). Voor patiënten met (verdenking op) Covid-19 in de palliatieve fase is ook de prestatie A0012 Corona Cohortverpleging van toepassing.
  • Patiënten met een Wlz-indicatie kunnen tevens worden opgenomen in een voorziening waar corona cohortzorg wordt geboden. Hierbij geldt het uitgangspunt dat wordt gekeken naar de meest pragmatische wijze van toekenning van kosten aan de Zvw/Wlz, zonder zorgaanbieders hiermee onnodig te belasten.
  • Zorg die wordt verleend op cohortplekken kunt u bij de zorgverzekeraar van de patiënt declareren middels een specifieke prestatiecode (A0012) waarbij een vast tarief is vastgesteld (€ 282,92, wat het maximale tarief ELV hoog complex betreft).
  • Voordat de zorgverzekeraar de declaraties kunnen vergoeden dient u met de 1e marktleider zorgverzekeraar formeel schriftelijk overeen te komen dat de betreffende prestatiecode gedeclareerd mag worden. Andere verzekeraars volgen deze afspraken, maar dit moet wel schriftelijk overeen worden gekomen met deze verzekeraars.
  • Voor eventuele meerkosten bovenop het vastgestelde tarief vindt achteraf verrekening plaats tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraars. Het is daarom van essentieel belang dat u de kosten voor deze zorg en organisatie hiervan adequaat en separaat registreert in uw administratie. Kosten die meegenomen worden bij de uiteindelijke berekening zijn naast de zorgkosten, de opstartkosten, leegstand, projectkosten, eventueel afschalingskosten en omzetderving, andere zorg-gerelateerde kosten, materialen, personeel en hulpmiddelen of bedden.
  • Per cohort is er één VVT-aanbieder die als kassier werkt en declareert bij de verzekeraar waar de cliënt is verzekerd. De kassier verrekent de zorgkosten voor corona cohortzorg via onderlinge dienstverlening met andere organisaties die binnen die voorziening ook zorg leveren.

Ten slotte vermelden wij nog dat voor patiënten met (verdenking op) Covid-19 die wonen in een Wlz-instelling in beginsel de reguliere bekostiging van Gehandicaptenzorg of VVT geldt. Voor zover zij worden opgenomen in een voorziening voor corona cohortzorg wordt, zoals hiervoor beschreven, gekeken naar de meest pragmatische wijze van toerekening van kosten aan de Zvw/Wlz.

Bron

Voor algemene vragen en antwoorden over de financiering van de Wlz zorg gedurende de coronacrisis kunt u deze link benaderen.

De NZa heeft de eerste beleidsregel gepubliceerd voor financiële steun van zorgverzekeraars aan zorgaanbieders. De beleidsregel is breed van opzet en geldt voor alle zorg waarvoor de NZa prestatie- en/of tariefregulering vaststelt, met als uitzondering de langdurige zorg. Zorgverzekeraars kunnen zorgaanbieders compenseren voor de financiële gevolgen van het coronavirus. De NZa heeft in de beleidsregel twee prestaties vastgesteld: ‘continuïteitsbijdrage’ en ‘meerkosten’.

  1. Met de continuïteitsbijdrage prestatie kunnen zorgaanbieders doorlopende kosten, zoals loonkosten en huisvestingskosten, in rekening brengen die op dit moment niet gedekt zijn door de corona-uitbraak. De zorgverzekeraars maken zelf afspraken met de zorgaanbieders.
  2. De meerkosten prestatie is bedoeld om de extra zorg te vergoeden die zorgaanbieders leveren als gevolg van de corona-uitbraak. Denk hierbij aan kosten voor extra beschermingsmiddelen of het veilig kunnen behandelen door scheiding van patiënten. Ook deze prestatie wordt in overeenstemming tussen de zorgaanbieder en zorgverzekeraar vorm gegeven.

De beleidsregel is hier terug te vinden.

Zoals hierboven beschreven kunnen zorgaanbieders een continuïteitsbijdrage aanvragen bij de zorgverzekeraars om de omzetdaling ten gevolge van de coronacrisis te compenseren. Deze regeling is bedoeld voor zorgaanbieders met een jaarlijkse omzet lager dan tien miljoen euro. De zorgverzekeraars willen er zo voor zorgen dat zorgaanbieders in deze moeilijke tijd het hoofd boven water kunnen houden. Zorgaanbieders hoeven de bijdrage niet terug te betalen. De bijdrage is gebaseerd op de normale omzet die zorgverzekeraars zouden vergoeden en ligt voor de meeste zorgaanbieders tussen de 75% en 87%. Zorgaanbieders die na de crisis weer hun normale (volledige) omzet hebben, krijgen deze volledig vergoed conform de afspraken die ze daarover hebben gemaakt met de zorgverzekeraars. Zorgaanbieders die niet in staat zijn gemiste omzet in te halen, hebben op basis van deze regeling toch over het hele jaar een bijna volledige omzet.

Zorgverzekeraars verwachten wel dat zorgverleners waar mogelijk inhaalzorg gaan leveren. Alleen zo is er voldoende capaciteit om de wachtlijsten niet onnodig te laten oplopen. Op het moment dat zorgaanbieders de niet-verleende zorg gaan inhalen bovenop de reguliere zorg, geldt daarvoor een aangepaste vergoeding. Dat is ook logisch omdat anders dubbel betaald zou worden voor zorg en de zorgkosten (en dus de zorgpremies) verder zouden stijgen.

Zorgverzekeraars Nederland heeft een pagina opgesteld met de belangrijkste vragen en antwoorden over de continuïteitsbijdrage:

Voor algemene vragen en antwoorden over de financiering van de Zvw zorg gedurende de corona crisis kunt u deze link benaderen.

Sinds 2020 zijn gemeenten grotendeels zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de startberichten bij het CAK om de inning van het eigen bijdrage te starten. Op dit moment is dit nog niet mogelijk. Burgers die gebruik maken van zorg via de Wmo, hoeven in april en mei geen eigen bijdrage te betalen. Dat heeft minister De Jonge besloten met het oog op de huidige coronacrisis. Het niet innen in april en mei heeft geen betrekking op de mensen in Beschermd Wonen en in de Opvang.

Bron

Dagbesteding

Het ministerie van VWS heeft een landelijke richtlijn geschreven voor dagbesteding en opvang Zvw, Wlz en Wmo. In de richtlijn is aangegeven dat de Wmo-zorg (individuele ondersteuning en dagbesteding) tijdens de coronacrisis zoveel als mogelijk wordt gecontinueerd, met inachtneming met de richtlijnen van het RIVM. Juist omdat Wmo-ondersteuning voor veel cliënten een cruciale voorziening is. Zeker voor:

  • cliënten in een onveilige of onverantwoorde zorg- of thuissituatie;
  • cliënten met naasten in een vitaal beroep;
  • cliënten met naasten/mantelzorgers die ontzorgd moeten worden om overbelasting te voorkomen.

Alternatieven om dagbesteding wel door te laten gaan met inachtneming van de algemene RIVM-adviezen zijn hieronder opgesomd. Zorgprofessionals moeten per persoon echter afwegen of dit kan.

  • individuele activiteitenbegeleiding
  • (bewegings-)activiteiten met de (besloten) woongroep
  • activiteiten op de eigen kamer
  • wandelen (door hal of binnentuin)
  • online aanbieden van muziekles, tekenles e.d.
  • de activiteitenbegeleiders kunnen worden ingezet om bewoners te ondersteunen met beeldbellen, zodat er contact tussen bewoner en familie blijft.

Financiering:

Uitgangspunt is continuïteit van zorg en ondersteuning tijdens de crisis. Dat geldt ook voor dagbesteding en -opvang, al dan niet gecombineerd met vormen van begeleiding en zorg. Het Rijk heeft financiële afspraken gemaakt met de VNG en gemeenten en aanbieders opgeroepen zich maximaal in te spannen om te zorgen voor continuïteit van zorg en ondersteuning, ook daar waar het dagbesteding en -opvang van kwetsbare personen betreft. De afspraken betreffen zowel voorzieningen die zijn ingekocht via aanbesteding als via subsidies. Ten behoeve van die continuïteit is ook afgesproken dat meerkosten die door zorgaanbieders (Wmo en Jeugdwet) gemaakt worden als gevolg van de coronacrisis, vergoed zullen worden. Hierbij kan het gaan om meerkosten vanwege een noodzakelijke aangepaste invulling van dagbesteding of -opvang, maar ook om meerkosten voor het huren van alternatieve locaties of van het aantrekken van extra personeel, bijvoorbeeld als gevolg van een oplopend ziekteverzuim van de vaste krachten.

De uitgangspunten van de financiële afspraken worden door VWS en VNG in afstemming met de betrokken koepels geconcretiseerd. Vooralsnog zijn deze nog niet bekend. Zodra deze bekend zijn, zult u hier meer informatie over ontvangen in een volgende nieuwsbrief.

Bron

De budgethouders of vertegenwoordigers die via een PGB financiering zorg ontvangen, kunnen sinds 30 april de zorg die gedeclareerd is, maar niet geleverd, registreren op twee speciale formulieren. Het gaat om formulieren voor budgethouders met een PGB vanuit de Wlz, Wmo of Jeugdwet en om een formulier voor budgethouders met een PGB vanuit de Zvw.

Belangrijk te weten voor de cliënt:

Het is van belang om de niet geleverde zorg die wel wordt gedeclareerd te registreren. Gebeurt dit niet, dan gaat de financier er vanuit dat de zorg geleverd is. Blijkt op een later moment dat de zorg niet geleverd is, dan kan dit consequenties hebben voor de hoogte van het PGB. Als het Elektronisch Cliëntdossier van de zorgorganisatie het toelaat, kunt u ook als zorgaanbieder zijnde de desbetreffende cliënten achteraf hier een overzicht van sturen.

Belangrijk voor inzicht:

Het formulier hoeft nu nog niet opgestuurd te worden naar het SVB of het zorgkantoor. Na de crisis vragen zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars deze informatie op om inzicht te krijgen.

Formulieren

Deel dit artikel

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met mij op!

Ellis Vlessert