Vanaf 1 januari 2012 kunnen geïndiceerde zorgvragers in
aanmerking komen voor een sociale huurwoning, ongeacht de hoogte
van het inkomen.
Door de invoering van Scheiden van Wonen en Zorg ontstaat er een
ontwikkelopgave voor corporaties en zorginstellingen. Deze
ontwikkelopgave werd voor de corporaties bemoeilijkt omdat ze
minimaal 90% van haar vastgoedvoorraad ter beschikking moet stellen
aan huishoudens met een inkomen beneden de € 34.085,--. Mensen met
een zorgvraag en met inkomen boven de sociale inkomensgrens konden
daardoor geen gebruik maken van de aanleunwoningen in eigendom van
de corporatie. Door de aanpassingen die minister Donner van het
ministerie BZK per 1 januari 2012 doorvoert in de Tijdelijke
regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten
instellingen volkshuisvesting wordt dit wel mogelijk.
Het kabinet vindt het een onwenselijke situatie dat huishoudens
met een specifieke zorgbehoefte niet in aanmerking kunnen komen
voor een sociale huurwoning. Daarom wordt de regeling gewijzigd
zodat woningtoewijzingen aan personen met een indicatie van het
Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor persoonlijke verzorging
(PV), verpleging (VP) dan wel individuele begeleiding (BGI) met
specifieke leveringsvoorwaarde 'volgens afspraak en direct
oproepbaar'(B1, B2), 'voortdurend in de nabijheid' (C), en '24 uur
per dag aanwezig' (D) niet meer worden meegerekend bij de
beoordeling van de toewijzingsnorm.
Klik
hier voor de brief: staatssteunregels voor
woningcorporaties.
Contact
Meer informatie of vragen?

Brenda Meusen
073 640 97 26
E-mail