Theo van Bakel - De Merwelanden

Oplettendheid verreist


Tariefskorting ongedaan gemaakt

Onlangs is de tariefskorting op extramurale zorg van 1,7% ongedaan gemaakt. Bijna tegelijkertijd is de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 2011 (OVA) vastgesteld op 3,11%. Goed nieuws voor zorgorganisaties. Momenteel vindt besluitvorming plaats hoe en wanneer beide mutaties in de tarieven worden verwerkt. Wilt u de verbeterde tarieven niet mislopen in 2011? Dan is oplettendheid vereist. De herschikkingsronde in oktober is wellicht uw enige kans!

 

Tariefskorting extramurale zorg

Op 28 december 2010 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in het kort geding dat Actiz heeft aangespannen tegen het ministerie van VWS. Hierin maakte Actiz bezwaar tegen de 1,7% tariefskorting op de extramurale tarieven, die de minister per 1 januari 2011 wilde doorvoeren als vervanger van de afgeschafte bonus/malus regeling. De rechter heeft Actiz hierbij in het gelijk gesteld en volgt hiermee de argumentatie dat zorgorganisaties efficiencymaatregelen hebben genomen om te voldoen aan de bonus/malus regeling. Het feit dat nagenoeg alle organisaties hebben voldaan aan deze regeling, betekent dat de gewenste efficiency en dus ook bezuiniging reeds is gerealiseerd. Een tariefskorting van 1,7% is dan ook op te vatten als een extra bezuiniging in plaats van een vervanging van de oude maatregel.

 

De rechtelijke uitspraak:

"De voorzieningenrechter verbiedt de Minister en/of Staatssecretaris de Aanwijzing van 9 november 2010 te effectueren, voor zover daarin voor het jaar 2011 een korting van 1,7% in de maximumtarieven extramurale zorg wordt opgelegd aan de AWBZ-organisaties ten aanzien van de functies PV en OB." In circulaire "Care/AWBZ/11/6c" d.d. maakt de NZa bekent de maximumtarieven per 1 januari 2011 te corrigeren, waarmee de korting ongedaan gemaakt wordt.

 

Risico

Nieuwe prijsafspraken kunnen in de herschikkingsronde in oktober worden vastgelegd. De uitspraak van de voorzieningenrechter leidt echter niet tot uitbreiding van de contracteerruimte. Indien hogere tarieven worden afgesproken, zou dit ten dus koste kunnen gaan van de gemaakte volumeafspraken. De productieafspraken met de zorgkantoren voorzien immers niet in een stijging van de tarieven. Het risico ontstaat dus dat zorgkantoren vasthouden aan de huidige tariefafspraken of dat men gaat korten op het af te spreken volume.

 

Budgetbehoud

Voor zorgorganisaties is het van belang dat de gunstiger tarieven ook daadwerkelijk leiden tot een hoger budget in plaats van dat ze leiden tot een sigaar uit eigen doos. Wat betreft de tariefhoogte is het argument dat de rechter het de minister verboden heeft de korting per 1-1-2011 te effectueren. Hieruit volgt dus automatisch dat de basis waarover de korting is bepaald en daarmee dus ook de afgesproken tarieven verkeerd zijn vastgesteld en herzien moeten worden. Om het probleem van de volumedruk op te vangen, stelt het ministerie de 100,5% margeregeling ter beschikking (bron: Actiz). Deze regeling anticipeert op de jaarlijkse onder uitputting van de contracteerruimte. Concreet betekent het dat zorgkantoren tot 100,5% van hun contracteerruimte kunnen afspreken om de reeds afgesproken volumes in tact te houden.

 

Bij de herschikkingsronde in oktober is oplettendheid dus vereist. Het is de enige kans in 2011 om op basis van deze argumenten de gewenste extramurale productieafspraak tegen de verbeterde tarieven te kunnen maken!

 

Vaststelling OVA op 3,11%

Het ministerie van VWS heeft per 19 mei 2011 de definitieve OVA 2011 vastgesteld op 3,11%. Volgens de huidige wijze van indexeren betekent dit dat de NZa deze tariefsaanpassing pas effectueert per 1-1-2012. Voor zorgorganisaties wordt het hierdoor noodzakelijk het dekkingstekort in de loonkosten zelf voor te financieren wat leidt tot onnodige financieringslasten.


De Brancheorganisaties Zorg (BoZ) en een negental zorgorganisaties hebben hiertegen bezwaar aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Het ingediende bezwaar is door het college gegrond verklaard. Uit het oordeel van het CBb blijkt dat de NZa de belangen van de zorgorganisaties onvoldoende heeft onderzocht en afgewogen.

Momenteel vindt tussen het BoZ enerzijds en het ministerie en de NZa anderzijds overleg plaats hoe uitvoering gegeven kan worden aan de uitspraak van het CBb.
Gedacht kan worden aan tussentijdse indexering in de rekenstaat of aan aanpassing van de tarieven in de herschikkingsronde. Net als voor de extramurale tarieven geldt dat oplettendheid is geboden zodat ook deze tariefswijziging niet wordt misgelopen.

Contact
Meer informatie of vragen?

Geert-Jan Bakker
Geertjan Bakker
073 640 97 51
E-mail